Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandacht getrokken te hebben, was althans totaal vergeten, toen de heer K. W. Bührer (destijds te Zürich, thans te Munchen) er met zuiver praktische (nam. reclame-) doeleinden, geheel zelfstandig, langs geheel anderen, zuiver empirischen weg (door onderlinge vergelijking van de meest gebruikelijke papierformaten) toe kwam, om voor zijn „m o n o-" of grondformaat (iets nieuws, dat men bij Lichtenberg nog niet vindt) de verhouding 11.5 : 16.5 centimeter aan te nemen. Het boek, w'aarin hij dit formaat aanbeval (nam. : Bührer & Saager, Die Organisation der geistigen Arbeit durch „Die Brücke", Ansbach, 1911, blz. 123 vlgg.) kwam door toeval, of hoe dan ook, den bekenden physico-chemicus, prof. Wilhelm Ostwald, onder oogen, en deze stelde nu zijnerzijds, overigens geheel zelfstandig, alweder zonder van Lichtenberg's opstel af te weten, de volgende drie eischen (eerst in een opstel in het „Börsenbl. f. d. deutschen Buchhandel" van 18 Oct. 1911, blz. 12330, waaruit het eveneens herhaaldelijk herdrukt werd) op, aan welke volgens hem een formaat beantwoorden moet, wil het den naam van een rationeel, theoretisch juist, wetenschappelijk normaalformaat verdienen, nam.:

„i°. de centimeter zij de grondéén„h e i d;

„2°. het ééne formaat moet uit het „andere door halveeren afgeleid „kunnen worden; en

„30. alle dusdoende verkregen for-

Sluiten