Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Studietijd.

Vakken van Onderwijs.

I. II.

III.

trekken, die zonder naar de verkrijging van een diploma te streven, zich slechts in enkele vakken wenschen te bekwamen, zoo zal eene Handelshoogeschool te Rotterdam in breeden kring nut kunnen stichten.

De studietijd zal — zooals dit ook aan verschillende in het buitenland gevestigde handelshoogescholen het geval is — als regel niet langer dan twee jaar mogen duren, opdat de studenten niet te laat in de praktijk zullen komen en nog gelegenheid zullen hebben een tijd lang naar het buitenland te gaan.

• De mogelijkheid zal echter niet uit het oog verloren moeten worden, dat de opleiding der handelsleeraren en wellicht ook van sommige andere categoriën langeren tijd zal vereischen.

Als leidend beginsel is aangenomen, dat aan de studeerenden zóó groot mogelijke vrijheid in de keuze der leervakken moet worden gelaten.

Het is daartoe noodig, dat de verplichte vakken niet talrijk zijn. Aan de andere zijde is het noodzakelijk te voorkomen, dat de studie op een speciaal gebied geen voldoenden steun zou vinden in de kennis van aanverwante vakken.

Daarom moeten de examenvakken met zorg gekozen worden. Geëischt mag worden, dat de student +_ 18 voordrachten 's weeks volgt en 8 è 10 uren doorbrengt in de verschillende oefeningszalen. Het werken daar is zoo nuttig, omdat het contact tusschen docent en studeerende er nauwer wordt; hoogleeraar en student elkander leeren kennen.

Meer dan 25 uren per week mag het officieele onderwijs echter niet in beslag nemen; omdat anders de tijd tot verwerking van de stof en tot zelfstandige studie ontbreekt.

Staathuishoudkunde, staatsinrichting en recht

a. Algemeene staathuishoudkunde; b. Statistiek; speciaal met het oog op de statistiek van handel en nijverheid; c. Bijzondere onderwerpen der staathuishoudkunde, als: munt-, crediet- en bankwezen, verkeerswezen, sociologie, belastingen; d. Het bestuur van Nederland en Koloniën; e. Algemeene rechtsbeginselen; ƒ. Handels- en burgerlijk recht (incl. faillissementswetgeving en enkele deelen van de burgerlijke rechtsvordering); g. Nijverheids- en arbeidswetgeving, octrooien auteursrecht; h. Consulair recht; /. Beginselen van het internationaal recht.

Aardrijkskunde en geschiedenis, natuur- en technische wetenschappen.

a. Algemeene handelsaardrijkskunde (handelsartikelen en handelsverkeer); b. Handelsaardrijkskunde van de belangrijkste handelsstaten, in het bijzonder van Nederland en Koloniën; c. Bijzondere onderwerpen (klimatologie, oceanographie, kust- en havenbeschrijving, geologie en karteering); d. Algemeene handelsgeschiedenis; e. Oeschiedenis van den Nederiandschen handel; ƒ. Bijzondere onderwerpen (geschiedenis van den handel in enkele artikelen, van sommige landen of voor een bepaald tijdvak); g. Chemie voor den handel; — hoofdzaken der chemische technologie; h. Hoofdzaken der mechanische technologie; i. Cultures; k. Warenkennis; /. Beginselen der micro-biologie; m. Natuurkunde voor den handel (in het bijzonder warmte en electriciteit); n. Beginselen der werktuigbouwkunde (incl. scheepsbouw en transportinrichtingen).

Handelswetenschappen in engeren zin.

A. Huishoudkunde der ondernemingen van handel en nijverheid.

a. Algemeene bedrijfsleer; b. Ondernemersvereenigingen (kartels en trusten); c. Arbeidersvereenigingen (syndicaten, trade-unions, enz.); d. Techniek van den wereldhandel; e. Techniek

Sluiten