Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rectoraat.

Curatoren. Huisvesting.

Kosten.

vatbaarheid te bezitten en hare finantieele draagkracht grooter geworden is, zal men het aantal vaste hoogleeraren naar behoefte kunnen uitbreiden.

Een der hoogleeraren zal als rector de algemeene leiding krijgen en steeds bereid moeten zijn de studenten voor te lichten.

Daar het vooral gedurende de eerste jaren van het bestaan van de Hoogeschool zeer gewenscht zal zijn dat «r bij de leiding een vaste gedragslijn gevolgd wordt zal het noodig zijn den eerst benoemden rector gedurende een termijn van 5 jaren te doen aanblijven.

Later kan de rector telkens voor een korter tijdvak b.v. van twee jaren gekozen worden.

Het beheer der Hoogeschool zal toevertrouwd worden aan een College van Curatoren, op wier benoeming de Kamer van Koophandel een overwegenden invloed zal uitoefenen. In dit College kunnen tevens vertegenwoordigers van Rijk en Gemeente zitting hebben.

Het zal aanbeveling verdienen de Hoogeschool in den aanvang zoo eenvoudig mogelijk te huisvesten. Het gebouw zal echter als zetel van eene instelling van hooger onderwijs een zeker cachet moeten bezitten en in het centrum van de stad gelegen zijn. Wellicht ware een der deftige oude koopmanshuizen van onze stad daarvoor in te richten.

Gedurende de eerste jaren, dat de nieuwe instelling nog een tijdvak van wording doormaakt, zal waarschijnlijk met een gehuurd huis kunnen worden volstaan, teneinde met de definitieve stichting van een hoogeschoolgebouw te wachten tot uit de practijk gebleken is, aan welke vereischten dit zal hebben te voldoen.

De ondergeteekenden meenen, na eene gespecificeerde berekening gemaakt te hebben, de kosten verbonden aan de Hoogeschool voor het eerste jaar van haar bestaan, op ongeveer ƒ 52,000.— en voor het tweede en volgende jaren op ƒ 60,000.— te moeten schatten.

De ondergeteekenden hebben hierboven uiteengezet om welke redenen zij de oprichting van eene Nederlandsche Handelshoogeschool gewenscht achten en hebben tevens gepoogd in hoofdtrekken te schetsen, hoe zij zich een dergelijke instelling zouden voorstellen.

Zij meenen, te mogen verwachten, dat waar het hier een algemeen belang geldt het bij de uitvoering van hunne plannen niet aan medewerking van Rijk en Gemeente zal ontbreken.

Voor alles moet naar hunne meening de Nederlandsche en in het

Sluiten