Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alvorens de geschiedenis van het postwezen in den loop der tijden na te gaan, is het gewenscht een oogenblik stil te staan bij den oorsprong van het woord post.

Dit woord kreeg eerst in de middeleeuwen zijne tegenwoordige beteekenis.

Het is afgeleid van het Latijnsche posta, verkorting van posita, verleden deelwoord van het werkwoord ponere = plaatsen.

De Romeinen, die de wisselplaatsen aan de door hen aangelegde postwegen al naar gelang hunner belangrijkheid „mutatio" of „mansio" noemden, spraken van mutatio of mansio posita in N., waaruit het afgekorte posta in N. ontstond.

In de 13de eeuw komt het woord posita in officieele stukken voor.

In de regeeringsbesluiten van den Franschen Koning Karei VIII op het einde der 15de eeuw, wordt het woord „poste" gebruikt.

Thans heeft dit woord in alle Europeesche talen burgerrecht verkregen, met uitzondering van het Spaansch en Portugeesch, waarin het nog luidt „correo" en „correio", waarschijnlijk als overblijfsel van den naam „correos", waarmede een gilde van postboden op het einde van de 13de eeuw in Spanje werd aangeduid.

Het tijdstip, waarop de posterijen zijn ontstaan, is niet met juistheid aan te geven.

In de oudste geschriften, welke omtrent het menschdom bestaan, wordt reeds gewag gemaakt van het overbrengen door boden van voornamelijk militaire of staatkundige berichten.

De Grieksche voetboden waren bekend om de verbazende snelheid, waarmede zij berichten overbrachten.

De bekende Perzische vorst Cyrus (± 550 v. Chr.) verving op de hoofdwegen in zijn Rijk de voetboden door eigen rijdende boden en riep daarmede eene Regeerings- of Staatspost in het leven.

De dienst werd voornamelijk verricht langs den zoogenaamden Koningsweg, die 2500 K.M. lang was en van Sardes, de zomerresidentie naar Susa, het winterverblijf der Perzische koningen voerde.

De Koninklijke koeriers legden dien afstand in ongeveer 6 dagen af.

Sluiten