Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoofdboden moesten te Parijs wonen, zorg dragen voor de huisvesting der studenten en den dienst der bijboden regelen.

Ondanks de oprichting in 1464 door Lodewijk XI van een postdienst in Frankrijk van Staatswege, bleef de Universiteitspost van Parijs, steunende op de talrijke haar verleende privilegiën, nog tot 1719 bestaan, hetgeen mede was te danken aan de uitnemende wijze, waarop zij was ingericht.

In Zuid-Duitschland bestond de slagerspost. De slagers bezochten den geheelen omtrek om vee te koopen, reisden bovendien naar verschillende markten, kwamen dus met veel menschen in aanraking en waren derhalve de aangewezen personen om berichten over te brengen. Aankomst en vertrek werden door hoorngeschal aangekondigd, een gebruik dat de latere posterijen overnamen en dat tot in de 19de eeuw bleef voortbestaan. De posthoorn is bijna overal als officieel embleem der posterijen aangenomen. De slagerspost, die zich tot de 17de eeuw wist staande te houden, werd door de Duitsche Rijkspost verdrongen.

Naarmate de steden grooter werden en de handel zich uitbreidde, deed zich meer en meer de behoefte gevoelen aan een meer geregelden op vaste tijdstippen vertrekkenden en aankomenden postdienst.

Eerst traden particulieren, aanvankelijk in dienst der kooplieden als „koopmansbode" op. Zij maakten van hun beroep gebruik om ook voor andere personen dan hun patroons brieven te vervoeren; toen evenwel die bodediensten een voldoende winst bleken af le werpen, trokken de stadsbesturen deze aangelegenheid tot zich, regelden zij het vertrek der posten, stelden tarieven vast en benoemden de stadsboden en de onderboden.

Nog altijd was de briefwisseling beperkt; men schreef niet meer dan het hoog noodige.

Allengs werden echter nieuwe landen ontdekt, waardoor zich de handel veel uitbreidde, zoodat de kooplieden hun handelsvrienden onmogelijk meer persoonlijk konden bezoeken.

De uitvinding van de boekdrukkunst deed de klassieke studie weer opleven en bracht een levendig verkeer tusschen geleerden en universiteiten teweeg.

Het materieele en geestelijke leven van de verschillende volken van Europa kwam tot toenemende ontwikkeling, hetgeen zijn invloed op het postvervoer in groote mate deed gelden.

Naast de stadsboden werden dan ook hier en daar reeds van Staatswege posten opgericht, die aanvankelijk het verkeer tusschen de verschillende landen trachtten te onderhouden.

Sluiten