Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd ingevoerd, waarbij de inwendige dienst tot de kleinste bijzonderheden werd geregeld en die de basis van het Nederlandsche postwezen vormde tot de invoering van de Postwet van 1850.

Wat de buitenlandsche correspondentie aangaat, had Nederland in de lste helft der 19de eeuw postverdragen gesloten of vernieuwd met Bremen, Hamburg, België, Engeland, Frankrijk, Pruisen en het huis van Turn und Taxis.

Frankrijk had van oudsher het voorrecht één gebied uit te maken, hetgeen voor de ontwikkeling van het postwezen in dat land zeer gunstig was.

Lodewijk XI stichtte in 1464 een postdienst, welke ten behoeve van de regeering door koeriers werd verricht.

Op geringe afstanden werden „maïtres tenants les chevaux pour le service du Roy" aangesteld onder leiding en opperbevel van een „Conseiller Grand Maïtre des Coureurs de France".

Het vervoer van brieven voor particulieren werd aanvankelijk oogluikend, meer als gunst, doch later definitief toegestaan.

Aan Kardinaal Richelieu wordt de vestiging der eerste postkantoren in 1627 en de invoering van vaste taksen toegeschreven.

In 1653 stond Lodewijk XIV aan den ontvanger Vélayer toe om in de verschillende wijken van Parijs brievenbussen te plaatsen en de daarin geworpen brieven, die voor bewoners der stad bestemd moesten zijn, te bestellen.

Die brieven moesten gefrankeerd zijn door biljetten, die tegen een stuiver per stuk werden verkocht en waarop vermeld stond: „Port payé le . . jour du mois ... de 1'an 16 . . ."

Om zich er van te bedienen moest men datum, maand en jaar invullen.

De kroniekschrijver vermeldt, dat men reeds toen een biljet voor antwoord kon insluiten.

Deze stadspost is de oudste, die als zoodanig bekend is.

Zij raakte echter in verval, doch werd ruim 100 jaar later weder opgericht en wierp toen ruime winsten af.

Niet zonder gebreken was de Fransche Staatspost, zij werd namelijk verpacht, waarmede men in 1676 was begonnen.

Door verhooging der porten trachtte men de pachtsommen op te drijven, welke toestand tot de Revolutie heeft bestaan.

Bovendien werd reeds sedert de tijden van Mazarin, het brievengeheim, inzonderheid dat van de diplomatieke briefwisseling, herhaaldelijk geschonden.

Het openen der brieven vond plaats door. een „cabinet du roi"

Sluiten