Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillende postporto's voor het binnenlandsch verkeer en tot de slotsom kwam, dat alleen de invoering van een uniformport van een penny, de zoogenaamde pennypost verbetering zou kunnen brengen.

Werd door het groote publiek het voorstel van Hill met ingenomenheid begroet, de Regeering was het minder genegen. Er ontstonden echter vereenigingen om zijn plan te steunen met het gevolg, dat de pennypost den 10den Januari 1840 in werking trad.

De financieele uitkomsten der nieuwe regeling beantwoordden echter niet aan de verwachtingen, waardoor Hill van regeeringswege aan veel miskenning bloot stond.

Eerst 14 jaren later hadden de bruto-ontvangsten de vorige hoogte verkregen, waartegenover echter stond, dat de correspondentie zich inmiddels ongeveer verzesvoudigd had, waaruit bleek dat Hill de zaak volkomen juist had ingezien. Aanvankelijk miskend, werd hij later ten volle in zijn eer hersteld.

In Rusland ontstond in 1630 een regelmatige postenloop onder de regeering van Czaar Michael Feodorowitch Romanow. Gewichtig voor de verdere ontwikkeling van het Russische postwezen was de verbinding met het Westen, die in 1660 ontstond en later door aansluiting op den grooten postweg Memel—Kleef eene goede en snelle verbinding op Amsterdam gaf.

Peter de Groote had den bloeienden toestand van de Pruisische Staatspost uit eigen aanschouwing leeren kennen. Op zijn verzoek werden Pruisische beambten naar Rusland gezonden om het postwezen aldaar op betere wijze in te richten.

Onder Katharina II in de 2de helft der 18de eeuw, werden postkantoren opgericht.

In Denemarken, Noorwegen en Zweden kon het postwezen zich slechts langzaam ontwikkelen tengevolge van de moeilijkheden, waaronder het transport moest plaats vinden. Deze landen stonden met Hamburg in verbinding. Men vond in die stad een Deensch en een Zweedsch postkantoor.

In Denemarken werd de post al spoedig Staatsinstelling. Aan het hoofd van het postwezen stonden toen 2 Directeuren, waarvan een de leiding der postaangelegenheden had in Sleeswijk-Holstein.

Ook het Noorweegsche postwezen, dat in 1720 aan den Staat overging, kwam onder de leiding van het Deensche postbestuur.

In 1747 had het verkeer zulk een omvang genomen, dat zoowel voor het Deensche als Noorweegsche en Sleeswijk-Holsteinsche postwezen een afzonderlijke Directeur moest worden benoemd.

Sluiten