Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goederenvervoer onderworpen zijn aan de administratieve regeling der hoofdspoorwegen.

De bijzondere ondernemingsgeest zag zich echter door de wet van 1878 een anderen weg geopend om de ijzeren wegen tot stand te brengen, waaraan het platteland behoefte had, namelijk door den aanleg van stoomtramwegen. Door gebruikmaking van de gewone wegen en beperking der treinsnelheid konden deze met matige kosten worden aangelegd en de volledige vrijheid, die aan de tramwegen werd gelaten bij de regeling van het vervoer en de uitoefening van den dienst, liet toe de hulpmiddelen en uitgaven in juiste verhouding te brengen tot de beteekenis van het verkeer. De stoomtramwegen bleken dientengevolge ook voor de ontwikkeling van het goederenvervoer ten plattelande eene bijzondere geschiktheid te bezitten.

Het was in hoofdzaak aan deze vrijheid van beweging te danken, dat in Nederland de concessie-aanvragen voor stoomtramwegen in de jaren 1879, 1880 en 1881 steeds talrijker werden en, ten deele met hulp van provinciale en gemeentelijke besturen, een aantal lijnen tot stand kwamen.

De stoomtramwegen, welker maximum-snelheid later tot twintig kilometer per uur is verhoogd, zijn aldus de buurtspoorwegen van Nederland geworden.

Het voorbeeld van Nederland leidde tot het inzicht, dat ook op Java de stoomtramwegen aan het buurtverkeer goede diensten zouden kunnen bewijzen.

De Regeering bleek genegen hare medewerking te verleenen door dit vervoermiddel niet onder de spoorwegen te rangschikken.

Den 18 Maart 1881 werd aan J. F. Dijkman, W. Walker enG.H. Baron Clifford vergunning verleend tot den aanleg en de exploitatie van een stoomtramverbinding tusschen Semarang, Demak, Koedoes, Pati en Joana, welke vergunning nog in hetzelfde jaar is overgedragen aan de Samarang-Joana StoomtramMaatschappij.

Geleidelijk werden tot het jaar 1900 aan de hoofdlijn Semarang-Joana de zijtakken Koedoes-Majong-Petjangaan, Demak-Wirosari-Blora, Wirosari-Kradenan, JoanaTajoe en Majong-Welahan toegevoegd.

De in 1884 aangelegde lijn Poerwodadi-Goendih ging in 1892 in het bezit der Samarang-Joana Stoomtram-Maatschappij over, welke voorts nog door eigen aanleg de lijnen Joana-Lasem (1900) en Rembang-Tjepoe (1902) aan haar net toevoegde. Op den 1 Februari 1903 had de Maatschappij dientengevolge een net van 389 kilometer in exploitatie.

Het voorbeeld der Samarang-Joana Stoomtram-Maatschappij om door den aanleg van stoomtramwegen in de behoefte aan eenvoudige spoorwegen te voorzien, zou, in verband met de gunstige geldelijke uitkomsten van het bedrijf dier Maatschappij, ongetwijfeld tot navolging hebben geleid, indien de wetgever zijne bemoeiing niet op weinig doeltreffende wijze tot de stoomtramwegen had uitgestrekt. De in 1883 en 1885 tot stand gekomen Algemeene Tramwegreglementen bevatten zeer belemmerende voor-

Sluiten