Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarborg ongezind bleek, was het niet mogelijk die concessiën tot uitvoering te brengen, daar men de lijnen — vermoedelijk terecht — als spoorwegen niet voldoende rentegevend achtte. De vermindering der aanleg- en exploitatiekosten, die het gevolg kon zijn van eene inrichting als stoomtramweg, is gebleken het juiste middel te zijn om beide lijnen tot winstgevende ondernemingen te maken (Bijlagen YI en VII).

Ook de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij ontwikkelde in dit tijdperk eene groote werkzaamheid op het gebied van den aanleg van stoomtramwegen in Midden-Java. Ten deele betrof het de uitvoering van reeds sedert vele jaren door haar beraamde plannen, waaromtrent de beslissing door verschillende omstandigheden was vertraagd.

De lijnen, die door deze Maatschappij werden tot stand gebracht, zijn de volgende:

a. van Djokjakarta naar Brossot (23 kilometer).

De concessie voor deze verbinding werd reeds aangevraagd in het jaar 1886. De hoofdbestemming der lijn was de talrijke suikerfabrieken in het zuidwestelijk deel der residentie Djokjakarta, die alle hun product naar Semarang afvoerden, met den spoorweg in verbinding te brengen.

Ter vermijding der overlading van dit product wenschte de Maatschappij aan den tramweg dezelfde spoorwijdte van 1.435 M. te geven, welke, gelijk reeds op bladzijde 13 werd vermeld, ook aan den spoorweg Samarang-Vorstenlanden is gegeven.

De eisch der Regeering, dat integendeel de spoorwijdte van den in 1887 geopenden Staatsspoorweg Djokjakarta-Tjilatjap (1.067 M.) zou worden aangenomen, hield de uitvoering der lijn gedurende verscheidene jaren tegen, doch werd in 1893 losgelaten, zoodat de aanleg ten slotte toch met de spoorwijdte van 1.435 M. is geschied.

b. van Djokjakarta naar Magelang (47 kilometer).

Dit baanvak is te beschouwen als een onderdeel van de hoogst belangrijke rechtstreeksche spoorwegverbinding van Semarang over Ambarawa en Magelang met Djokjakarta, welke reeds in 1862 door Stieltjes was aanbevolen en sedert herhaaldelijk ter sprake werd gebracht. (') Voor het verkeer der dichtbevolkte residentie Kedoe was deze lijn, althans het gedeelte daarvan tusschen Ambarawa en Djokjakarta, onmisbaar te noemen.

De Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij vroeg voor den aanleg als stoomtramweg van het baanvak Djokjakarta-Magelang in 1893 concessie aan onder mededeeling van haar voornemen om dit baanvak te zijner tijd te verlengen tot Ambarawa en c. q. tot Semarang.

In het jaar 1895 werd dientengevolge voor den stoomtramweg DjokjakartaMagelang de concessie verleend en daarin de bepaling opgenomen, dat de Maatschappij

(!) J. K. Kempees. Het een eu ander over Spoorwegen op Java, 1889.

Sluiten