Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het waren intusschen niet deze invloeden van buiten alleen, die de SamarangJoana Stoomtram noopten met beslistheid den weg tot technische hervorming van haar bedrijf in te slaan. Binnen eigen grenzen verkreeg het arbeidsveld der Maatschappij eene uitbreiding, die aan hare technische inrichting geheel nieuwe eischen stelde.

In 1896 werden door de Maatschappij concessiën overgenomen voor den aanleg der lijnen Joana-Rembang-Lasem en Rembang-Blora-Tjepoe. Met den aanleg dezer lijnen werd in 1898 aangevangen; in 1902 was die in hoofdzaak voltooid.

Had de Maatschappij voorheen uitsluitend vlaktelijnen geëxploiteerd, met de lijn Rembang-Blora-Tjepoe werd eene lijn met vrij sterke hellingen (1 : 50) aan haar net toegevoegd.

Dat voor deze lijn een zwaarder locomotieftype vereischt werd (blz. 55), was op het bedrijf der oudere lijnen van geringen invloed. Van meer beteekenis was de omstandigheid dat de dienst op deze hellende lijn hoogere eischen stelde aan de constructie der rijtuigen en wagens. Niet alleen kon de oude tramwegkoppeling aldaar niet dienen en moest deze door de trek- en stootinrichting van het Staatsspoormodel worden vervangen, maar ook het remwerk moest krachtiger en de geheele bouw zwaarder worden.

Wat de rijtuigen betreft gaf dit aanleiding om tegelijkertijd voor de oudere lijnen tot een nieuw rijtuigtype van zwaardere constructie over te gaan (Bijlage N, Fig. 2), in het bijzonder ten behoeve der treinen, die lange afstanden hebben te doorloopen en waarbij derhalve aan de inwendige inrichting der rijtuigen hoogere eischen zijn te stellen.

Het nieuw aangeschafte goederenmaterieel werd sedert het jaar 1898 eveneens in overeenstemming gebracht met de bovenvermelde nieuwe eischen en voorzien van de centrale bufferkoppeling der S.S., aanvankelijk nog gezamenlijk met de tramwegkoppeling (Bijlage P, Fig. 3).

Omstreeks denzelfden tijd kwam aan den dag, dat de overgang van het oudere Samarang-Joana Stoomtrammaterieel op de Semarang-Cheribon Stoomtramlijnen, alwaar met grootere snelheid werd gereden, bezwaren gaf voor de veiligheid en regelmatigheid van den dienst. Daarenboven leverde de ongeschiktheid van dit materieel voor den dienst op de lijn Rembang-Tjepoe moeilijkheden op. Een en ander gaf aanleiding weldra ook de versterking van het oudere goederenmaterieel en het aanbrengen der S.S.-koppeling aan een groot gedeelte daarvan met kracht ter hand te nemen. Een belangrijk deel van het wagenpark is aldus reeds voor den overgang op aangrenzende tramlijnen geschikt gemaakt. Voordat echter de wagens op de Staatsspoorwegen zullen kunnen overgaan, zullen ook de assen zonder kragen door het model bij de S.S. in gebruik moeten zijn vervangen; hiermede is een begin gemaakt.

Hoewel het streven is de oude tramwegkoppeling, zooveel dit mogelijk is, geleidelijk door de S.S.-koppeling te vervangen, leent echter de constructie der

Sluiten