Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de fondsen wegens de lasten, die zij bij overgang van personeel op elkander overdragen.

Het lidmaatschap van het pensioenfonds is voor het personeel in vasten dienst verplicht, behoudens uitsluiting of vrijstelling wegens te hoogen leeftijd of op grond van een geneeskundig onderzoek.

De Maatschappijen hebben de fondsen door eene aanvangsstorting gegrondvest en verleenen daarenboven eene jaarlijksche bijdrage, gelijkstaande met zeven procent van de bezoldigingen der leden.

De leden betalen vijf procent hunner bezoldiging, benevens, bij verhooging van bezoldiging, het bedrag dier verhooging over de eerste maand.

Pensioen wordt bij ontslag aan de leden van het fonds verleend:

1°. in Europa bij 65-jarigen leeftijd;

2°. bij 55-jarigen leeftijd, mits ten minste vijf achtereenvolgende of tien niet

achtereenvolgende dienstjaren in Indië zijn doorgebracht; 3°. bij 50-jarigen leeftijd, gepaard met 20 Indische dienstjaren; 4°. bij invaliditeit.

Het pensioen bedraagt voor elk dienstjaar Vr» van de gemiddelde bezoldiging over de laatste vijf jaren, doch niet meer dan Ht der Indische bezoldiging. Bij invaliditeit als gevolg van een in en door den dienst bekomen ongeval wordt steeds het maximum-pensioen verleend.

De weduwe of de wettige kinderen beneden den leeftijd van 18 jaar van een overleden ambtenaar genieten pensioen, dat voor eene kinderlooze weduwe opéén derde, voor eene weduwe met kinderen op de helft van het pensioen van den echtgenoot is bepaald.

Yan alle pensioenen is het minimum bepaald op / 15 per maand.

De verzekering der toekomst van het inlandsche personeel vereischte eene afzonderlijke regeling. Hierin voorziet een bij elke Maatschappij opgericht ondersteuningsfonds.

Yan de inlandsche beambten wordt gedurende hun diensttijd geene bijdrage verlangd voor het toekomstig pensioen. Yan de meeste dier beambten is niet te verwachten, dat zij het nut eener verzekering hunner toekomst zullen inzien; in verband daarmede zou eene inhouding op hunne bezoldiging door hen slechts als eene onbillijke behandeling worden beschouwd.

Aan inlandsche beambten wordt pensioen verleend bij ontslag:

1°. na 25-jarigen dienst;

2°. bij invaliditeit na 15-jarigen dienst;

30. bij invaliditeit als gevolg van een in en door den dienst bekomen ongeval.

Sluiten