Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de naastbij gelegen hoofdplaats. Het passerverkeer is van oudsher van groote beteekenis geweest.

De Javaan is een goed voetganger, hij legt gemakkelijk een of twee uur gaans af met een draagvracht van 30 kilogram en zelfs meer. Deze eigenschap, gepaard aan den lagen loonstandaard, noodzaken de spoor- en tramwegen bij het vervoer van inlanders genoegen te nemen met zeer lage vrachtprijzen. Een tarief van één cent per kilometer is gebleken het hoogste te zijn, dat voor den inlander aannemelijk is, en wordt thans op Java vrij algemeen toegepast. Tegen dezen vrachtprijs wordt door den Javaan een ruim gebruik van de spoor- en tramwegen gemaakt. (') De overgroote meerderheid legt echter ook thans nog slechts korte afstanden af; niet meer dan 15 a 20 kilometer; maar vindt daardoor toch gelegenheid tot bezoek van plaatsen, waar hoogere prijzen worden besteed dan op de passers, die vroeger te voet konden worden bereikt. In den regel wordt daarbij kosteloos eene draagvracht koopwaren medegevoerd. Men mag aannemen dat deze reizen den reiziger eenige winst opleveren boven de betaalde vracht. (*)

Daar het personenvervoer bij de lage vrachtprijzen, die door de overgroote meerderheid der reizigers worden betaald, weinig winstgevend is te achten, moet de rentabiliteit der tramwegen in hoofdzaak bij het goederenvervoer worden gezocht. Waar dit te kort schiet, zal de onderneming niet rentegevend kunnen zijn.

De Bijlagen IV en V geven een overzicht van den omvang van het reizigersen goederenvervoer over de spoor- en tramwegen in het jaar 1905, terwijl tevens getracht is daarin weer te geven in welke mate de verschillende klassen der bevolking en de voornaamste artikelen van goederenvervoer tot de verkregen uitkomsten bijdragen.

In Bijlage VI vindt men vermeld welk aandeel het vervoer van reizigers en dat van goederen hebben in de bruto-opbrengst van elke onderneming.

De ontleding der in deze staten bijeengebrachte gegevens geeft aanleiding tot verschillende opmerkingen, waaraan hierna bij de behandeling der verschillende onderdeden van het vervoer eene plaats zal worden ingeruimd.

Q) Onderzoek Vervoerwezen 1907, Bijlage 9.

(2) De uitkomst van een ingesteld onderzoek omtrent het doel, waarmede de inlander reist, vindt men vermeld in Onderzoek Vervoerwezen 1907, blz. 59.

Sluiten