Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tramweg werd gewonnen. Reeds in 1897 werd daarom overgegaan tot een algemeen tarief 2de klasse tegen 2 cent en een tarief, uitsluitend voor inlanders, tegen 1 cent per kilometer.

Ook de Semarang-Cheribon Stoomtram-Maatschappij ging in 1898 en 1899 tot een dergelijk tarief over, dat, wegens de gunstige uitkomsten, vervolgens bij de meeste tramwegondernemingen op Java ingang heeft gevonden.

Wat de spoorwegen aangaat, verving de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij in 1898 bij hare lijnen Samarang-Vorstenlanden en Batavia-Buitenzorg de tarieven voor buurtverkeer door tarieven uitsluitend voor inlanders, terwijl de dienst der Staatsspoorwegen na langdurige aarzeling op den 1 Januari 1900 eveneens tot het inlanderstarief van één cent per kilometer overging. De resultaten van dezen maatregel waren ook bij dien dienst verrassend gunstig.

Lagere vrachtprijzen voor het vervoer van inlanders worden aangetroffen bij de Pasoeroean en Probolinggo Stoomtrams alsmede, gelijk hiervoor reeds werd vermeld, bij het stads- en voorstadsverkeer. Daarenboven past de Nederlandsch-Indische SpoorwegMaatschappij bij hare tramwegen Djocja-Magelang en Djocja-Brossot voor het passervervoer op enkele baanvakken vrachtprijzen toe, die slechts een halve cent per kilometer — of weinig meer — bedragen.

De vrachtprijzen der eerste klasse bedragen thans bij de tramwegen op Java 3 a 6 cent, meestal 4 cent per kilometer. In den regel zijn de vrachtprijzen evenredig aan den afstand, slechts bij uitzondering zijn zij differentieel berekend.

Het algemeen tarief der tweede klasse (niet-inlanderstarief) bedraagt meestal 2 cent per kilometer. In afwijking hiervan berekent de Malang-tram 3 a 3Vj cent, de Kediritram 2 Va cent per kilometer, terwijl de lijn Goendih-Soerabaja tot lVi cent afdaalt.

De Samarang-Joana en Semarang-Cheribon Stoomtram-Maatschappijen hebben voor de tweede klasse een differentieel berekend tarief, zijnde tot 50 resp. 100 kilometer 2 cent per kilometer met geleidelijke afdaling, zoodat voor afstanden boven 100 resp. 200 kilometer IV» cent per kilometer berekend wordt.

De Babat-Djombang en Modjokertotrams hebben slechts één tarief tweede klasse voor alle reizigers, berekend tegen 1 cent per kilometer ; bij laatstgenoemde lijn vindt men echter de bepaling dat Europeesche reizigers in de tweede klasse dubbel tarief betalen.

De hierboven beschreven tariefregeling vertoont de eigenaardigheid, dat het vervoer van inlandsche reizigers geschiedt tegen verlaagd tarief, doch niet in eene afzonderlijke klasse. Op lijnen met zwak verkeer of bij buitengewonen toevloed van reizigers kunnen de inlanders derhalve met de overige reizigers der tweede — bij de spoorwegen derde — klasse in dezelfde rijtuigen worden geplaatst.

Onder gewone omstandigheden is het intusschen regel dat de inlandsche reizigers plaats nemen in afzonderlijke rijtuigen of rijtuigafdeelingen. Zij gevoelen zich alsdan meer op hun gemak; in het bijzonder is dit het geval met de vrouwelijke

Sluiten