Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het afleggen van langere afstanden stijgt de vracht in sterker reden dan de afstand.

De spoorwegen houden met dit vervoer over korte afstanden weinig rekening. De tramwegen echter, die veelal de gewone wegen volgen, kunnen zich aan den invloed daarvan niet onttrekken en hebben om die reden van den beginne af lagere goederentarievén aangenomen dan de spoorwegen. (*)

Een blik op de Bijlage V (*) is voldoende om de overtuiging te vestigen dat het vervoer van inlandsche landbouwproducten nog slechts op bescheiden schaal plaats heeft. Vóór het bestaan der ijzeren wegen kwam zoodanig vervoer — anders dan over kleine afstanden — nagenoeg niet voor (Hoofdstuk I). (*) Waar echter de spoorof tramweg doordringt, worden de landbouwvoortbrengselen opgekocht om over grootere afstanden te worden vervoerd; zij verkrijgen dus hoogere waarde en worden als gevolg daarvan in grootere hoeveelheden geteeld. Uit den aard der zaak heeft deze evolutie slechts geleidelijk plaats.

In het bijzonder geldt het bovenstaande voor de nevenproducten van den inlandschen landbouw: de tweede gewassen en de producten der bosschen en erven, die voorheen slechts' gewonnen werden voor zooverre zij plaatselijk konden worden verbruikt en bij geslaagden rijstoogst bijna waardeloos waren. Nu de gelegenheid tot vervoer is geschapen, worden dit handels- en uitvoerartikelen. (4)

Gewezen mag worden op den toenemenden uitvoer van copra en cassavemeel.

In het Serajoedal is de invloed van den copra-uitvoer zeer in het oogvallend. Vóór den aanleg der tramlijn kwamen klappers slechts in het lagere gedeelte van dat dal, tot Poerworedjo-Klampok, voor. Het nieuwe verkeersmiddel geeft aanleiding tot gestadige uitbreiding van den klapperaanplant in hooger gelegen streken.

Het rijstvervoer is zeer afwisselend, hetgeen in verband staat met den oogst in verschillende deelen des lands. Waar de spoor- en tramverbindingen zich over een verkeersgebied van voldoenden omvang uitstrekken, zooals het geval is met de Samarang-Joana en Semarang-Cheribon Stoomtrams, is reeds gebleken — als in 1904 — dat bij plaatselijke oogstmislukking de verschillende streken van Java in staat zijn elkanders tekort aan rijst grootendeels aan te vullen. (3) In meerdere mate nog dan thans zou dit het geval zijn, indien in Midden- en Oost-Java de verbindingen

(1) Onderzoek Vervoerwezen 1907, blz. 74.

(2) Onderzoek Vervoerwezen 1907, Bijlage 9 geeft een staat van de in de jaren 1902—1905 door de spoor- en tramwegen vervoerde hoeveelheden voortbrengselen van inlandschen landbouw en nijverheid, welke echter onvolledig is wat de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij betreft.

(s) Onderzoek Vervoerwezen 1907, blz. 85.

(4) Voorbeelden van het vervoer van groote hoeveelheden over verre afstanden door inlanders vindt men vermeld in Onderzoek Vervoerwezen 1907, blz. 63.

De Kamer van Koophandel en Nijverheid te Semarang vermeldt in haar jaarverslag over 1906 als uitvoerartikelen van beteekenis: Kapok, copra, huiden en tapioca; voorts als producten van den inlandschen landbouw en van de nijverheid der bevolking, waarvan de afzet meerendeels met ieder jaar in hoeveelheid of geldswaardig bedrag toeneemt: Kapas, kapokpitten, djarakpitten, wilde en pinangnoten, katjangboonen en de daaruit geperste olie, geverfde katoenen en koperwerk.

Sluiten