Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inrichting van den goederendienst en van de tarieven. Q)

;rwijl bij de tramwegen de uitoefening van den personendienst zich op in het oog vallende wijze onderscheidt van die bij de spoorwegen, is in de bediening van het goederenvervoer uiterlijk geen verschil op te merken (Hoofdstuk I en Hoofdstuk III).

Niettemin is ook bij den goederendienst door de tramwegen met goed gevolg naar vereenvoudiging gestreefd, zoowel ten bate van de vervoerders als van den dienst, hetgeen moge blijken uit de hieronder volgende voorbeelden, ontleend aan de bepalingen der Samarang-Joana

en Semarang-Cheribon Stoomtram-Maatschappijen.

Zendingen vrachtgoed tot een gewicht van 100 kilogram worden in binnenverkeer zonder vrachtbrief vervoerd. Weegloon en laad- en losloon worden niet berekend. Bij de spoorwegen daarentegen wordt — daar de inlander in den regel niet zelf den vrachtbrief kan opmaken — zelfs de kleinste zending door het bovenvermelde met bijkomende kosten tot een bedrag van ten minste f 0.30 belast. (*)

Ter vereenvoudiging" van den dienst, ook in verband met het gebruik van inlandsch personeel voor den stationsdienst, worden kostbare goederen of geldswaarden niet ten vervoer aangenomen, doch alleen onder geleide vervoerd, terwijl waardeverzekering der zendingen in binnenverkeer niet wordt toegelaten.

Bestelgoederen worden slechts tot een maximum-gewicht van 500 kilogram per

(!) De personen- en goederentarieven der spoorwegen vindt men uitvoerig behandeld in : De tarieven der Staatsspoorwegen op Java door A. W. E. Weyerman, Batavia 1906, zijnde Deel IV6 van het Onderzoek naar de mindere welvaart der inlandsche bevolking op Java en Madoera.

Deze uitgave wordt hierna aangehaald als „Weyerman, Tarieven S.S.".

(2) Onderzoek Vervoerwezen 1907, blz. 63. Het gebruik van een vrachtbrief heeft, wanneer de afzender een inlander is, die niet kan schrijven, geenerlei nut, doch is in het Algemeen Spoorwegreglement voorgeschreven in navolging van Europeesche toestanden.

Sluiten