Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Union des Pétroles d'Oklahoma had nu wel niet tot gevolg, dat de ondermaatschappijen, welke in het bezit waren van de leases, die door de Union werden verkregen, ophielden te bestaan, doch maakte het gewenscht, dat de leases, welke territoriaal bijeen behoorden, formeel in hét bezit kwamen van een zelfde ondermaatschappij. In de verdeeling van de leases over de ondermaatschappijen moest dus wijziging worden gebracht, en daarom werd ,,la régularisation de tous titres" mede aan genoemde advocaten opgedragen. Eindelijk zijn die advocaten ook belast met de betaling van het aan de Tiger, Wichita en Fulton Oil Companies verschuldigde.

Genoemde advocaten hebben voor die werkzaamheden eene declaratie ingediend van $ 65.000 en dus niet van $ 70.000, zooals in dezen brief wordt gesteld. Zij hebben van de verkoopers wegens gebreken in de titels een rabat weten te bedingen van $ 52.500 en dus niet van $ 42.500, zooals in dien brief wordt vermeld. Hunne werkzaamheden hebben dus niet, zooals in dien brief wordt beweerd, gekost $ 27.500 maar $ 12.500.

De Raad van eer is van oordeel, dat de Union verplicht was, tenzij meer in rekening was gebracht dan kon worden gevorderd, om deze declaratie van $ 65.000 te betalen, omdat de opdracht tot het verrichten van de voormelde werkzaamheden door de Union was gegeven.

De Raad is niet in staat de vraag te beantwoorden, of de Union de betaling van die declaratie had behooren te weigeren, omdat zij te hoog was. Hem ontbreekt de daartoe vereischte kennis van den omvang van de verrichte werkzaamheden, van de in de declaratie begrepen verschotten, in het bizonder van die, welke met het in orde brengen van defecte titels verband houden, en van hetgeen in Amerika voor werkzaamheden als in deze zijn verricht pleegt gerekend te worden.

Verklaard is, dat de bestuurders van de Union zelf de declaratie bovenmatig hoog Vonden, doch besloten hebben het niet op een proces te laten aankomen, omdat genoemde advocaten de aan hen voor de betaling der kooppenningen toegezonden gelden op eigen naam bij een bank hadden ondergebracht en dus zouden zijn begonnen met het bedrag hunner declaratie op die gelden te verhalen.

Sluiten