Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dien gedachtengang werden de een millioen francs, welke boven de koopsom van opgemelde eigendommen aan de Union in rekening zijn gebracht, genoten door de Compagnie Internationale de Pétroles, welke, zooals reeds is vermeld, die eigendommen in optie had.

De heer Deen leverde het bewijs, voor zooveel een zoodanig bewijs kan geleverd worden, dat hij nimmer eenig aandeel in die maatschappij had gehad, en verklaarde plechtig, dat hij nooit een cent had gekregen, direct of indirect, van de Compagnie Internationale de Pétroles.

Nadat dit had plaats gehad, heeft de heer van Oss bij memorie van 27 Juni 1914 den hiervoor vermelden brief van den heer Brünner van 2 Juni 1911 ter kennis van den Raad gebracht.

Vervolgens heeft de heer E. Deen bij memorie van 6 Augustus 1914 ter kennis van den Raad gebracht de hiervoor vermelde brieven van den heer Brünner van 17 Juni en 6 Juli 1914 en in de bijeenkomst van 21 November 1914 in persoon en door zijn gemachtigde Limburg het volgende omtrent het gebeurde medegedeeld:

dat in het begin van 1911 gevoerde onderhandelingen er toe hebben geleid, dat de Compagnie Internationale de Pétroles haar opties zou afstaan aan eene te vormen Fransche maatschappij, en daarvoor zoude genieten een millioen Francs, waarmede de koopprijs zoude worden verhoogd;

dat de Banque Franco-Américaine zoude zorgen voor het vereischte kapitaal gesteld op 12x/2 millioen Francs ;

dat het voorgaande is medegedeeld in eene vergadering van de Hollandsche maatschappijen op 14 Maart 1911 in den Haag gehouden ;

dat eenige dagen daarna de heer Brünner aan hem, den heer Deen, mededeelde, dat hij het bedrag niet kon plaatsen en hem vroeg daarbij te helpen en ook een emissiehuis te zoeken;

dat toen de heer Deen de plaatsing van de helft der aan de markt te brengen aandeelen tegen 821/2 percent heeft op zich genomen en zich met de zorg voor het vinden van een emissiehuis heeft belast, waartegenover de heer Brünner hem een provisie van 200.000 francs heeft toegekend; dat dit plaats had 27 a 30 Maart 1911 ;

dat daarop Mr. Hymans, de advocaat van den heer Deen, in opdracht van laatstgenoemde zich heeft gewend tot den heer Zadoks te Parijs, en dat deze erin geslaagd is om het

Sluiten