Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eveneens twijfel aan de juistheid der aangenomen koersen. De met Gebr. Teixeira de Mattos gesloten overeenkomst was toch alleen dan in het voordeel van de Perlak PetroleumMaatschappij, wanneer één gewoon aandeel Zuid Perlak gelijk gesteld mocht worden aan twee aandeelen Perlak. Dat het publiek niet die meening was toegedaan, blijkt uit de hiervoor vermelde noteeringen, welke uitwijzen, dat in Jan., Febr. en Maart van 1909 tusschen de noteeringen van de gewone aandeelen Perlak en de preferente aandeelen Zuid Perlak geen verschil van eenig aanbelang bestond, en dat in Augustus 1909 — de laatste maand, waarmede bij deze transactie nog eenige rekening mocht worden gehouden — de hoogste koers van de eerstgenoemde was 170 en van laatstgenoemde 177.

Ook pleit niet in het voordeel dezer hooge koersbepaling, dat de Zuid Perlak Petroleum-Maatschappij was een zeer jonge maatschappij, welke eerst sedert 22 October 1906 olie produceerde, welke in 1906 bij afschrijvingen tot een bedrag van ƒ23.102,31 een verlies opleverde van ƒ 60.080,27, in 1907 bij afschrijvingen tot een bedrag van ƒ 38.733,82 over een aandeelenkapitaal van ƒ 3.000.000.— een winst maakte van f 55,418,86 waardoor het geleden verlies daalde tot ƒ 4.661,41, en in 1908 zonder iets af 'te schrijven op de activa, waaronder voorkomen de vergunningen in het landschap Perlak voor ƒ2.000.000.— en de gebouwen en inventaris Indië, wegen, bruggen, werkplaats, machines, boorinstallaties, werktuigen, pompinstallaties, pijpleiding, tanks, telephooninstallatie en magazijngoederen voor ƒ 309.486,93, dat verlies inhaalde en bovendien een winst maakte van ƒ 341.842,62, welke eene uitkeering van f 102.— of 10.2 pet. op de gewone aandeelen toeliet.

Wel is waar, was bij het opmaken van die balans slechts gerekend op eene vergoeding van ƒ 9.50 per ton voor aan de Koninklijke geleverde olie, doch daarom was blijkens het jaarverslag van den Directeur Mr. H. Deen op de bezittingen niets afgeschreven. Was de vergoeding voor de olie op het later overeengekomen bedrag van ƒ 15.— per ton gesteld, dan zou de winst ƒ 237.025,745 grooter zijn geweest, doch dat bedrag voor afschrijvingen moeten zijn besteed.

Mede pleit niet in het voordeel der hooge koersbepaling, dat in 1908 de Perlak Petroleum-Maatschappij een dividend uitkeerde van 15 pet. en de Zuid Perlak Petroleum-Maatschappij op de gewone aandeelen een dividend uitkeerde van 10.2 pet.

Sluiten