Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En evenals in den laatsten tijd Mr. Van Tricht bang voor hem is geworden, en „thans bezig is, zich bemind te maken", zoo is ook de politie veranderd uit vrees voor ondergang.

13°. Op grond van de reeds genoemde afwijkingen en in een onmiddellijke aansluiting aan de onder 11 en 12 vermelde, hebben zijn opvallende handelingen plaats tegenover de justitie en politie. Het schrijven van brochures, het indienen van meineedsklachten, het verdedigen van apert schuldigen met de meest in het oog vallende verkrachting der waarheid, het schrijven van het artikel in de Courant door Garsthagen geteekend, het opstellen en doen verzenden van tal van adressen voor zich of voor anderen aan den Minister van Justitie, den Hoogen Raad enz., dat alles vormt te zamen één geheel, een strijd tegen politie en justitie, en wel een strijd zonder eenigszins scrupuleus te zijn omtrent de middelen.

Een voorbeeld, hoe geen middel hem verwerpelijk toeschijnt, mits het slechts als strijdmiddel dienen kan, vindt men in den volgenden brief, ons ter hand gesteld door Mr. Van Tricht, luidende:

Dordrecht, 28 Juni 1908. Den Heer Johannes den Otter, Mr. Metselaar.

Oud-Alblas.

Mijnheer!

Ik weet dat Uw zoon eene zeer onrechtvaardig aangedane zaak aan de hand heeft en Donderdag aanstaande is gedagvaard om voor den Kantonrechter te Sliedrecht te verschijnen.

Ik raad ü aan om Uw zoon Donderdag stilletjes thuis te laten blijven.

Natuurlijk wordt hij dan veroordeeld. Maar nadat hij veroordeeld is zal ik dan verzet laten doen tegen zijn vonnis.

De zaak moet dan nogmaals door den Kantonrechter behandeld worden en alsdan laten wij alle getuigen komen, die wij maar krijgen kunnen.

Het is nu het verstandigste om aan geen mensch hiervan iets te zeggen en maar precies te doen of U het heele zaakje maar laat waaien en U maar houdt alsof er toch niets aan te doen is.

Ik zal dan later als gemachtigde voor Uw zoon optreden. Het kost hem niets, want het is mij er om te doen om zooveel mogelijk leugens van de Politie te doen vaststellen.

Het zal U wel bekend zijn dat er op Papendrecht ook zulke groote schandalen gebeurd zijn en nu wensch ik niets liever dan alles wat tegen de handelingen der Politie valt in te brengen zooveej. mogelijk bij elkander te krijgen.

Want er moet en er zal een einde komen aan al die gemeene dingen, waarvan de landelijke bevolking al zoolang het slachtoffer is geweest.

Gewoonlijk is er wel niets tegen te doen maar wij hebben thans reeds zooveel bewezen feiten tegen de Politie dat er naar mijne vaste overtuiging geen twijfel meer aan kan bestaan of het einde zal wel binnen een paar maanden zijn dat de Politie niet langer gehandhaafd zal kunnen worden.

Laat Uw zoon dus met niemand over onze plannen spreken, want anders komt zulks toch dadelijk ter oore van de Politie en dit zou zeer jammer zijn, want dan zoude hij veel voorzichtiger zijn dan thans. Hij moet nu eerst maar weer een eed doen. Inmiddels teekent,

Hoogachtend,

Uw dr. (get.) J. van Elk.

Het gaat hier om den zoon van Johannes den Otter, die gedagvaard is voor den kantonrechter.

Hij raadt den vader aan, den zoon niet te laten gaan. „Natuurlijk wordt hy dan veroordeeld. Maar nadat hij veroordeeld is, zal ik dan verzet laten doen tegen zijn vonnis. De „zaak moet dan nogmaals door den kantonrechter behandeld worden en alsdan laten wij alle „getuigen komen, die wij maar krijgen kunnen. Het is nu het verstandigste om aan geen „mensch hiervan iets te zeggen en maar precies te doen, of U het heele zaakje maar laat „waaien en U maar houdt alsof er toch niets aan te doen is".

De bedoeling van dezen opzet wordt nog eens duidehjk gemaakt aan het eind van den brief met de woorden: „Laat Uw zoon dus met niemand over onze plannen spreken, want anders „komt zulks toch dadelijk ter oore van de Politie en dit zou zeer jammer zijn, want dan zou „hij veel voorzichtiger znn dan thans. Hij moet nu eerst maar weer een eed doen".

Sluiten