Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het behandelen van het verslag van den hoofdbestuurder- Punt UI. secretaris omtrent den staat en de werkzaamheden der maat- vinden9 schappij en haar afdeelingen gedurende het afgeloopen jaar. hoofdbe-

stuurdersecretaris.

Het verslag is verschenen in het Ned. tijdschrift voor geneeskunde, 1914,

eerste helft, No. 26, bladz. 2451 ; Handelingen 1914, bladz. 459.

Voor wij intusschen daartoe overgaan, wil ik uw aandacht vestigen op een reeks van namen, die op bladz. 2487 van het verslag zijn genoemd, namen, waarvan wij de nagedachtenis met eerbied herdenken. Onder hen komen enkele voor, die zeer eng met de geschiedenis van onze maatschappij zijn verbonden. Ik herinner u aan het adviseerend lid van het hoofdbestuur, onzen VAILLANT, die twee derde van een eeuw of nog langer ons trouw ter zijde stond. Vervolgens A. W. TRESLING, het oud-lid van het hoofdbestuur, en C. NOLEN, die met onvermoeiden ijver gestreden heeft voor de bevordering van de bestrijding der tuberculose. Ik stel u voor u een oogenblik van uw zetels te verheffen om hun nagedachtenis te gedenken.

(De aanwezigen verheffen zich van hun zetels).

Mag ik vragen, of iemand naar aanleiding van het verslag van den secretaris het woord verlangt ?

De afgevaardigde van de afdeeling Friesland, de heer P. H. van Eden:

Mijnheer de voorzitter! Ik wil even het woord vragen naar aanleiding van hetgeen in het verslag staat vermeld ten opzichte van de overeenkomst, die door het hoofdbestuur getroffen is met het hoofdbestuur van de Ned. maatschappij ter bevordering der pharmacie, bij de goedkeuring van ziekenfondsen. Naar aanleiding van hetgeen bij de oprichting van afdeelingsziekenfondsen of provinciale ziekenfondsen is voorgevallen, komt het ons gewenscht voor — en ik spreek hiermede tevens namens de afdeeling Frieslands Zuidwesthoek — te vragen of het in de bedoeling ligt van het hoofdbestuur zich door die overeenkomst, die wij niet kennen, zoo gebonden te achten, dat het mogelijk zou kunnen zijn dat de oprichting van een ziekenfonds, dat overigens voldoet aan alle eischen, die het hoofdbestuur daaraan wenscht te stellen, zou kunnen worden tegengehouden door de een of andere werking van den kant van de apothekers. Ik geloof dat wel degelijk daarop moet gewezen worden en dat het mogelijk moet zijn dat een ziekenfonds, dat overigens aan al onze eischen voldoet, toch tot stand kan komen, omdat het bij ons is gebleken dat er wel eens een tegenstand kan wezen, die al het werken te eenenmale te niet doet. (Applaus).

Sluiten