Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn de directeur van een ziekenhuis; op de een of andere afdeeling zal men iemand hebben, die daarvoor het meest geschikt is. Een belangrijk punt is verder het belang, dat men op die manier aan personen, die dat tot nu toe niet deden, een officieele opdracht geeft, waardoor zij oefening krijgen in het doceeren. Het feit, dat de heer HIJMANS VAN DEN BERGH jarenlang een voortreffelijk leider is geweest bij de opleiding van a.s. artsen in een ziekenhuis, geeft ons een voorbeeld, hoe een dergelijk werk ook kan dienen om een zekere leiding te geven. Men heeft, meen ik, gesproken van een pépinière voor a.s. klinische hoogleeraren. Ik zou daarom willen voorstellen dat de maatschappij niet deed, wat de commissie nu voorstelt, maar dat de maatschappij aan het hoofdbestuur opdroeg aan de regeering — en ik meen dan ook: aan het gemeentebestuur van Amsterdam — te verzoeken een regeling tot stand te brengen, waardoor, in verband met de geneeskundige faculteiten, aan daartoe bevoegde geneesheeren van niet-academische ziekenhuizen medewerking aan de praktische opleiding der artsen wordt opgedragen. (Applaus).

De voorzitter der commissie, de heer P. K. Pel:

Mijnheer de voorzitter! Ik zou de rede van den heer SNOECK HENKEMANS kunnen verdeelen in twee deelen. Het eerste is critiek, het tweede een beetje lof. Dat wijkt dus af van het gewone. In den regel is het omgekeerd: in cauda venenum. Wij zijn, mijnheer de voorzitter, gesterkt door het oordeel van een zoo verstandig man als collega KOUWER, opnieuw aan den arbeid getogen en hebben a tête reposée de geheele zaak nog eens bezien. Toen is het gegaan als met een natuurwetenschappelijk onderzoeker; naarmate hij in de zaak dieper doordringt, blijkt zij samengestelder. Dat is ook het geval met deze materie. Zij is buitengewoon gecompliceerd, voornamelijk wanneer het er op aankomt toepassingen te maken voor het praktische leven. Ja, wij zijn gekomen met een mak rapport. Maar als men mij vraagt: „ontbreekt er nu zoo heel veel aan onze praktische opleiding?" nu ja, dan kunnen wij van meening verschillen ; men kan nooit een opleiding maken, die aan alle eischen voldoet; het is menschelijk werk en dus onvolkomen, maar dan moet ik zeggen dat er aan de opleiding van onze artsen niet zoo heel veel mankeert. Het zijn maar kleine leemten. Onze opleiding mag in vergelijking komen met wat elders geschiedt. Als ik ons land vergelijk met het buitenland, dan staan wij aan de spits. Daarom hebben wij gemeend niet voor den dag te moeten komen met ingrijpende maatregelen. In de tweede plaats is het ons raadzaam gebleken voorloopig buiten de regeering te blijven. Wil men iets op de lange baan schuiven, dan moet men contact zoeken met de regeering. Waar nu deze zaak ligt ter competentie van enkelen en niet van de overheid, kwam

Sluiten