Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den gang waren, dan was dat alles wel eenigszins anders. Dan bleek het dat het onderwijs veelal aan te jonge en te onervaren assistenten werd overgelaten, zonder dat men bemerken kon dat er controle door den hoogleeraar werd uitgeoefend. In de tweede plaats gevoelde men niet dat er op het toekomstig beroep werd gelet. Ja, wanneer het wetenschappelijke vakken betrof, daarover was men over het geheel nog al tevreden gestemd. Maar of ook maar eenigszins de latere praktische werkkring in het oog werd gehouden, dat betwijfel ik zeer sterk. Er was een malaise, zooals ik later in Amsterdam nooit heb gekend, waaraan zelfs de besten niet ontkwamen. Vindt u het niet verschrikkelijk? Er is gelachen om hetgeen de heer SNOECK HENKEMANS heeft gezegd. Men kan wel gemakkelijk zeggen: „Wij zijn heter niet mee eens. Het is de rechte weg niet. Het zou blijken wantrouwen te zijn tegen de hoogleeraren . Neen, mijnheer de voorzitter, als wantrouwen bedoelen wij het niet. Toch moet men er goed van overtuigd zijn hoe ernstig het wel is, als de beste leerlingen van de universiteit 's avonds bij de kachel in een depressie-toestand bijeenzitten. Dat is geen zaak om te lachen, maar iets zeer ernstigs. De besten van mijn tijdgenooten, de besten onder de studenten, hebben — een heel enkele uitgezonderd — allemaal dien geweldigen depressietoestand gekend. Zooals er in de kleine universiteitsplaats gesproken werd over de faculteit en over de houding van de professoren — dat heb ik in Amsterdam nooit of te nimmer gehoord. Nu kan men er nog wel meer van zeggen en feiten aanhalen. Bij voorbeeld. Gaat men na het doctoraal examen naar het ziekenhuis en vraagt men, of er plaats als co-assistent is, dan luidt het antwoord ontkennend. Dan loopt men maanden en maanden rond, voordat men geplaatst kan worden. Immers eenco-assistentschaporthopaedie of parasitologie is nuttig voor een semi-arts of arts, maar zeker niet voor een pas geslaagd doctorandus. Vraagt men dan om naar een groot ziekenhuis te gaan, dan wordt dit geweigerd. Doet men het toch, dan wordt het kwalijk genomen, men krijgt daarover op- of aanmerkingen, ja, het wordt bij examens zelfs aan den lijve gevoeld. Ik heb dat van meer dan één zijde gehoord. Wat mij betreft, mijn ervaring in deze is, dat men student moet zijn in een groot millieu en niet in een kaste, zooals de kleine universiteiten tegenwoordig min of meer zijn. Men kan dus vele plannen beramen, maar

De voorzitter:

Dat is eigenlijk niet aan de orde.

De afgevaardigde van de afdeeling Zuid-Hollandsche Eilanden, de heer Fl. Hers:

Ik wil dan nog even op de hoofdzaak terugkomen: ook uit de rapporten krijgt men den indruk, dat als men weer naar de klinische hoogleeraren teruggaat, men niets bereikt, maar dat misschien

Sluiten