Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geheele commissie zich met de laatste stelling ook kan vereenigen, evenals alle leden der Ned. maatschappij tot bevordering der geneeskunst, die van goeden wille zijn, zich thans wel zullen kunnen neerleggen bij de stelling der commissie. Ik wijs daarvoor al weer op het eerste voorstel der commissie zelf om maatregelen te beramen zelfs indirekten dwang door de verzekeringsmaatschappijen te doen verdwijnen. Tegenover de tweede stelling, die luidde: „weigering van die medewerking berokkent niet slechts schade aan de verzekeringsmaatschappijen, doch brengt tevens nadeel aan het algemeen belang", is gezet de stelling: „ondermijning van dit vertrouwen berokkent niet slechts schade aan den geneeskundigen stand, doch benadeelt tevens in hooge mate de belangen der zieken". Ook hier, mijnheer de voorzitter, het zelfde: het een spreekt tegen geneesheeren, het andere tegen verzekeringsmaatschappijen. Wanneer wij dit laatste nu niet hebben gezegd en daardoor bij sommigen een verkeerden indruk hebben gewekt, dan hopen wij dien indruk nu te hebben verbeterd. Wij waren van meening dat, wanneer wij in het rapport gezet hadden, wat de heer VAN DER BRUGH in Deventer zoo smakelijk opdischte, men dit niet hoorende, maar lezende, zou gezegd hebben : „Nu breekt toch mijn klomp, dat behoeft de commissie ons toch niet te komen vertellen!" Wanneer ons dus hierover blaam zou treffen, dan zullen wij die blaam dragen met opgewektheid, omdat wij er van doordrongen zijn dan alleen de fout gemaakt te hebben de- logica onzer collegae te hoog te hebben geschat. Het tweede punt, dat ik bespreken wilde, is het „verwijt" (!!), dat de commissie hopeloos verdeeld zou zijn. Wanneer dat waar was, mijnheer de voorzitter, dan zou dit ons te verwijten toch al te erg zijn. Men zal moeilijk op de wereld iets kunnen vinden, dat zich zelf geschapen heeft; ook de commissie is niet zoo knap geweest. Maar ook het feit der hopelooze verdeeldheid is slechts gedeeltelijk waar en voor zooverre het wel waar is, m.i. zeker niet te betreuren, want ook de Ned. maatschappij tot bevordering der geneeskunst is evenzoo verdeeld. Wanneer de commissie nu in dié punten toevallig juist eenstemmig was geweest, dan zouden wij alle discussies uit de commissievergaderingen hier kunnen gaan houden in plaats van binnenskamers. Daar waren nu echter verschillende zaken, waarin de commissieleden het kostelijk eens bleken te zijn, als daar zijn: bepaalde verhoudingen van geneesheeren tegenover de verzekeringsmaatschappijen: het schrappen van zeer vele vragen uit de formulieren, gedeeltelijk ook de taak van een controleerend-geneeskundige wat hij doen mag en wat hij heeft te laten: het vraagstuk der honoreering. Het blijkt ook wel daaruit, dat een vijftien-tal conclusies, stellingen en voorstellen eenstemmig werden opgemaakt. Wanneer dit bij zulke moeilijke zaken

Sluiten