Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer men den heer COERT hoort, dan zou men meenen dat de vrede nu met deze voorstellen kon geteekend worden. Maar ik zou den heer COERT toch wel willen vragen of hij zich heeft ingedacht in den toestand van den huisarts, als hij zoo'n briefje ontving, waarin al die vragen staan. Ja, ik kan best begrijpen dat de heer COERT dan tevreden is. Maar ik zou wel eens willen vragen, wat hij dan nog meer zou willen weten. Waarvoor is hij dan controleerend-geneeskundige? Laat hij het zelf onderzoeken. Hij heeft het niet aan den behandelenden geneesheer te vragen. Dank u, mijnheer de voorzitter!

De heer A. C. van Bruggen (Dordrecht):

Mijnheer de voorzitter! Ofschoon ik mij volkomen aansluit bij wat door de collegae LEYDESDORFF en DE WILDE gezegd is, moeten zij toch niet vergeten dat het bestaan van verzekeringsmaatschappijen ook is een groot belang en dat die verzekeringsmaatschappijen voor haar werkzaamheden de geneeskundige verklaring niet kunnen missen. Nu is, naar mijn meening, door de commissie, vermoedelijk niet door haar schuld, één oplossing niet besproken, die op deze zaak kan worden gevonden. Collega COERT meent dat met behulp van een dergelijk rapport, als wij hier hebben, de vrede in dit opzicht kan worden verkregen. Ik ben dat niet met hem eens. Wij weten dat een besluit met zekere meerderheid genomen toch geen effect heeft in de praktijk. Nu is naar mijn meening de oplossing van dit vraagstuk te vinden langs een heel anderen weg. Men zoekt haar tot nu toe, zooals ook aan het hoofd van het rapport staat, door een regeling te vinden omtrent de verhouding tusschen de maatschappijen, den behandelend geneesheer en den controleerend-geneeskundige. Maar die weg is verkeerd. Wij moeten den weg vinden door een overeenkomst tusschen onze maatschappij en de verzekeringsmaatschappijen. Dit is de weg — en die kunnen wij misschien binnen enkele jaren krijgen — dat de verzekeringsmaatschappijen aan onze organisatie vragen om alle inlichtingen, die zij meenen noodig te hebben. Dan kunnen die inlichtingen op de voorwaarden daarvoor gesteld, door ons worden verschaft. Dan wordt het een interne gelegenheid van ons of wij dat willen doen door middel van den behandelenden dan wel van een controleerend-geneeskundige, dan wel van heel andere • geneesheeren, die geen aanstelling hebben bij de maatschappijen. Dan ben ik overtuigd dat bijv. de diagnose van den behandelenden geneesheer door onze maatschappij nooit zal worden gegeven. De behandelende geneesheer mag zijn diagnose niet vertellen. Den behandelenden geneesheer zal door onze maatschappij nooit anders worden opgedragen dan het verstrekken van een verklaring, dat de patiënt onder behandeling is; maar onze maatschappij heeft de middelen om, met behulp van andere geneeskundigen, die voor elk bijzonder

Sluiten