Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iederen Vrijdagmiddag van 4—6 uur op mijn bureau vergaderde met directies van verschillende verzekeringsmaatschappijen. Het dagelijksch bestuur had dan de polissen voor zich en besprak met die directies de verschillende punten, die, naar onze meening, uit de polissen moesten vervallen. Wij kwamen dan steeds tot een merkwaardige overeenstemming. De heeren waren bereid onze voorstellen in overweging te nemen, zij geloofden ook wel dat die punten uit de polissen zouden kunnen vervallen. Het dagelijksch bestuur was dan erg in zijn nopjes over de houding van de heeren en over het succes, dat het meende bereikt te hebben. Maar die tevredenheid duurde niet lang, want de polissen bleven, zooals zij

waren en werden door de heeren niet veranderd! De veelvuldige besprekingen hebben tot geenerlei resultaat geleid. Immershethoofdbestuur ontvangt nog ieder oogenblik klachten van verschillende geneesheeren, hierin bestaande, dat, wanneer zij de bewuste vragen, die in de polissen staan en daaruit zouden vervallen, niet invullen, zij van wege de betrokken directie lastig gevallen worden. Aldus hebben het hoofdbestuur in het afgeloopen jaar verschillende van die klachten bereikt, die door ons ter kennis van de centrale commissie voor de beroepsbelangen werden gebracht. Uit die klachten bleek dat, wanneer de geneesheeren die vragen niet wenschten te beantwoorden, door die verzekeringsmaatschappijen, althans door sommige van hen, zelfs een schriftelijke mededeeling aan den betrokken patiënt werd gedaan — dat weet de centrale commissie ook — waarbij den patiënt werd aangeraden; „kies dan maar een anderen dokter, die de vragen wèl invult, dan krijgt ge onmiddellijk uitkeering". Door een dergelijk optreden worden geneesheeren, wanneer zij al die vragen niet invullen, bedreigd met het ontnemen van hun patiënten, m.a.w. bedreigd in hun financieel bestaan. Deze bedreiging kan voor hen dikwijls belangrijke gevolgen hebben, ook al geldt het maar één geval; want inspecteurs en agenten van dergelijke maatschappijen zeggen toch aan degenen, met wie zij een post afsluiten: „Ik zou u aanraden dezen of dien geneesheer niet te nemen of niet te houden, want dat is een lastige man met wien wij steeds moeilijkheden hebben bij de uitkeering; deze of die geneesheer is veel coulanter." Mijnheer de voorzitter, nu stelt de commissie aan de algemeene vergadering voor het hoofdbestuur op te dragen, zich opnieuw in verbinding te stellen met deze verzekeringsmaatschappijen om nog eens met hen over het weglaten dier vragen uit de polissen te onderhandelen. Zoudt u nu denken, mijnheer de voorzitter, dat, waar wij twee a drie jaar lang tot in den treure met al die maatschappijen hebben onderhandeld, het opnieuw aanknoopen van onderhandelingen over dat zelfde punt, nu wèl eenig resultaat zou geven? Wanneer de algemeene vergadering, op voorstel

Sluiten