Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de toelichting kunnen vinden dat de voorwaarden van het algemeen bindend besluit slechts bedoeld waren voor de individueele aansluiting der leden. Er werd in de gedrukte toelichting uitdrukkelijk gezegd:

„Dat kan zij alléén doen (d.i. de maatschappij), wanneer haar leden thans besluiten voortaan geen verbintenis aan te gaan met nieuw op te richten ziekenfondsen of met ziekenfondsen" enz., enz., „wanneer die daarbij niet tevens voldoen aan de hoofdvoorwaarden, welke door de maatschappij in haar algemeene vergaderingen noodzakelijk zijn geacht en welke zoo noode in het aanhangige ontwerp-ziektewet ontbreken .

Daaruit kunnen wij wel degelijk het bewijs halen, dat niet verlangd werd dat deze voorwaarden slechts voor individueele aansluiting zou gelden. Want stond die eisch in de wet, dan zou wel degelijk die eisch ook gegolden hebben voor aansluiting van de geheele maatschappij. Nog sterker. Terstond hierop volgt: „Dan bereikt zij, d.i. onze maatschappij, door de macht harer organisatie, dat de ziektewet in de praktijk een zegen zal zijn voor het Nederlandsche volk en de geneeskundige stand zich zal kunnen blijven handhaven op het peil, waarop hij thans staat". Nu, nauwelijks twee jaren na het aannemen van het algemeen bindend besluit, wenscht, volgens den leidraad van 9 Juni 1914, het hoofdbestuur door de macht der organisatie het algemeen bindend besluit te verzwakken. Het is mogelijk dat de tijd daar is, dat wij de eischen van het algemeen bindend besluit niet meer behoeven te handhaven. Onze afdeeling zal één der eersten zijn, vooral wat betreft den machtseisch in de besturen, om mede te gaan. Maar laten wij dan na grondig onderzoek, met kennis van de noodige gegevens en na bespreking in de afdeelingen, dezen eisch laten vallen. Dan hebben wij reglementair gehandeld en niet incidenteel ons algemeen bindend besluit verscheurd. Wij moeten niet vergeten dat een algemeen bindend beslu'it voor ons heilig moet zijn, dat wij het nemen na verschillende stemmingen en na een referendum en dat, wanneer wij dat weer willen veranderen, wij dat langs den zelfden weg moeten doen. Maar als wij dat doen op de wijze, zooals thans door het hoofdbestuur wordt voorgesteld, hoe zullen de buitenstaanders dan over ons denken? Hoe zal men onze bindende besluiten gaan beschouwen? Men zal ze beschouwen als scheurpapier. Ik geloof dat wij wel eens de mogelijkheid zullen gevoelen, maar dan ook bij hooge uitzondering, dat contracten als voorgesteld zijn, worden afgesloten. Maar dat moet dan ook hooge uitzondering zijn en altijd geschieden na dispensatie van het algemeen bindend besluit. Ik zou

Sluiten