Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit. Blijft de baas in het bestuur van uw eigen fondsen, maar laat de arbeiders baas blijven in hun fondsen en zoekt dan een vergelijk. Wanneer zóó het contract wordt aanvaard, geloof ik dat wij kunnen komen tot een geleidelijke ontwikkeling van het ziekenfondswezen in het belang van de arbeiders, de hygiënische verzorging en ook in het belang van de Ned. maatschappij tot bevorderdering der geneeskunst. (Applaus).

De afgevaardigde van de afdeeling 's-Gravenhage en O.» de heer D. Snoeck Henkemans:

Ik ben heel blij dat wij nu in het openbaar praten. Ik ben een van degenen geweest, die zich verzet hebben tegen de geheime behandeling. Of het veel succes zal hebben, weet ik niet. In de „Telegraaf toch staat opgenomen de leidraad, waarin N.B. als punt 2 voorkomt dat bepalingen omtrent de weistandsgrens zullen worden geëischt en dan staat een paar regels verder dat wij nu ook contracten zullen sluiten met ziekenfondsen, waar geen weistandsgrens bepaald is. Ja mijnheer de voorzitter, met zulke menschen, die van de zaak niets wilien begrijpen, is niet te praten. (Gelach). Maar er zijn dan toch misschien nog wel menschen, die wèl hooren kunnen. Ik wil in'de eerste plaats zeggen dat het mij zoo spijt, dat in deze discussie de arbeiders en de arbeidersorganisaties op den voorgrond worden gezet, waardoor altijd weer de indruk wordt gewekt, dat ons optreden heeft — men permitteere de uitdrukking — een „arbeiterfeindliches" karakter. Het is gebleken ■—' o. a. uit wat in den laatsten tijd in sommige Katholieke bladen heeft gestaan, — dat wij geheele groepen van tegenstanders hebben, die maar in één punt, n.m. dat zij tegen ons zijn in sommige zaken, met de arbeiders overeenkomen. Het is gebleken dat wij tegenstanders hebben, die heelemaal niets met de arbeiders te maken hebben, zooals de firma STORK in Hengelo. Ik heb den heer BERDENIS VAN BERLEKOM een paar maanden geleden al eens geschreven en gevraagd, of hij zich niet een beetje vreemd voelde, daar staande aan één zijde met den heer STORK. Ik heb er verder op gewezen dat de uitdrukking „collectief contract weg moet, die uitdrukking deugt absoluut niet. Ik moet zeggen dat ik in mijn schik was, toen ik uit dat boekje, dat de heer HEYERMANS citeerde, het zelfde hoorde voorlezen, wat ik altijd gemeend heb. De naam „collectief contract" moet er uit. Ik heb nog nooit zóó de juistheid gevoeld van SHAKESPEARE's vraag in „Romeo and Juliet": „What s in anamef Er is toch nog een andere reden, waarom men dat er in gelezen heeft. Dat hebben in de eerste plaats daarin kunnen lezen menschen, voor wie het niet zoo onwaarschijnlijk was dat ons collectief contract het karakter zou hebben van de collectieve contracten onder het arbeidscontract. Dat kan bij ons nooit, omdat een van onze eerste vaste punten

Sluiten