Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet hebben om meer voldoende verzorging te betalen, langs politieken of anderen weg de middelen zouden zijn los te krijgen, die een breedere en ruimere verzorging der patiënten verzekeren. Dat is wel het belangrijkste punt m.i., waarin die collectieve arbeidsovereenkomsten staan boven de verzekering van geneeskundige hulp, welke in de afdeelingsziekenfondsen kan worden gegeven. Er is nog een ander punt, mijnheer de voorzitter, één, dat ook reeds hier en daar om den hoek gluurt. Dat is het feit, dat in de afdeelingsziekenfondsen de maatschappij afhankelijk wordt van de Nederlandsche maatschappij ter bevordering der pharmacie. Dat punt wordt bij de afdeelingsziekenfondsen van zelf op den voorgrond gesteld, want wij kunnen geen afdeelingsziekenfonds maken zonder apothekers. Wij moeten dus min of meer ons schikken naar de eischen, welke de heeren apothekers ons stellen. Ik weet niet of in deze maatschappij de opinie praevaleert, dat de vrije artsenkeuze op den zelfden voet staat als de vrije apothekérskeuze. Ik zie volstrekt niet in, dat de vrije apothekerskeuze zoo'n belangrijk moment is. Het schijnt mij toe dat een hooger vorm van organisatie zou kunnen goedkeuren dat er centrale apothekers kwamen, die eigendom waren v&n de ziekenfondsen, waarin de leden even goed hun hulp aan drankjes enz. zouden kunnen vinden als thans bij de verschillende apothekers. Dat is een toestand, die bij enkele ziekenfondsen bestaat en die leiden kan tot een organisatie, die als direct voordeel onmiddellijk een groote bezuiniging afwerpt. Dat kan er dan weer toe leiden dat de geneeskundige verzorging en de ziekenhuisbehandeling beter tot haar recht zullen komen. Speciaal dus in de vrijheid, die wij krijgen tegenover de apothekers, acht ik een groot voordeel van die contracten gelegen. In de vierde plaats, mijnheer de voorzitter, wilde ik nog op een voordeel wijzen, gelegen in den aard der contracten, zooals die voorgenomen worden door de maatschappij en die zoo geheel verschillend zijn van de contracten, welke de wet op het arbeidscontract kent. In Duitschland, waar het laatste beginsel meer praevaleert, is ook bij het z.g. Berliner Abkommen, geen vrije artsenkeuze verkregen. Daar staan altijd nog de besturen der ziekenfondsen tegenover de artsen, terwijl hier alle leden der ziekenfondsen de vrijheid moeten krijgen uit de artsen een keuze te doen. Dat is een groote verzwakking van de macht van de besturen dier ziekenfondsen. Wanneer de contracten op deze wijze zullen worden gesloten, zullen de besturen der ziekenfondsen veel minder machtig zijn dan zij dat in Duitschland zijn, omdat daar het bestuur zelf een keuze doet uit de lijst van artsen, die zich bereid hebben verklaard aan het fonds geneeskundige hulp te verleenen. Wanneer dan ook de groote politieke arbeiderspartijen zich bereid hebben verklaard voorloopig, op grond van het begrip

Sluiten