Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij, onder verwijzing naar een manifest van de drie H's, in het algemeen de waarde van rechtsgeleerde adviezen als zoodanig eenigszins in twijfel heeft getrokken. Mijnheer de voorzitter, wanneer ik op grond van hetgeen toch een notoir feit is, dat ook een medisch hooggeleerde wel eens een verkeerde diagnose zou gesteld hebben, de waarde van medische adviezen in het algemeen in twijfel trok, dan zou er een groot protest opgaan uit deze vergadering. Welnu, mijnheer de voorzitter, daarom meen ik er tegen te moeten protesteeren dat men, op grond van het feit, dat drie rechtsgeleerden een verkeerde meening hebben uitgesproken, meent dat elk rechtsgeleerd advies in twijfel getrokken mag worden. Indien die spreker alléén heeft willen zeggen dat ook rechtsgeleerden niet onfeilbaar zijn, dan ben ik het geheel met hem eens.

De afgevaardigde van de afdeeling 's-Hertogenbosch en O., de heer S. Diamant:

Ik heb gezegd dat ik de aanbidding voor rechtsgeleerde uitspraken heb verloren.

De voorzitter:

Wij aanbidden niemand. (Gelach).

De rechtsgeleerde raadsman, Prof. Mr. E. M. Meyers:

Ik had ook niet vermoed dat er aanbidders van juristen waren. Die kwestie kan ik dan laten rusten. Ik zal dan nu even in het kort moeten uiteenzetten wat mijn advies geweest is. Dat doe ik des te meer gaarne, omdat in het ochtendblad van heden de pers kans gezien heeft niet weer te geven een onjuiste meening van iemand, die gesproken heeft, maar weer te geven de meening van iemand, die niet gesproken heeft. (Gelach). Mijnheer de voorzitter! Ik heb hier voor mij liggen precies hetgeen mijn advies bevat en terwijl ik dat hier zal herhalen en met enkele woorden zal toelichten, hoop ik de vrijheid te mogen nemen deze passage aan de pers te overhandigen, opdat die correctie zal geschieden. Mijnheer de voorzitter, mijn uitgangspunt bij mijn advies is dit geweest, dat buiten het algemeen bindend besluit alléén zoodanige overeenkomsten zullen staan, die iederen persoonlijken band tusschen de leden der Ned. maatschappij tot bevordering der geneeskunst en de instellingen, aan wier leden geneeskundige behandeling wordt verstrekt, uitsluiten.-Iedere persoonlijke band tusschen de ziekenfondsen der arbeiders en de leden der maatschappij moet uitgesloten zijn. Nu mag de heer HEYERMANS vragen : „Is dat nog weleencollectiefcontract?" Mijnheer' de voorzitter, in mijn advies gebruik ik dat woord niet. Als de heer HEYERMANS verder vraagt: „Ja, maar moeten wij niet eerbied voor de wet hebben, die de collectieve contracten regelt?", dan stel ik er prijs op dat de heer HEYERMANS in dat geval zooveel eerbied voor

Sluiten