Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterdam moest door familieomstandigheden vertrekken en heeft mij, als voorzitter dier afdeeling, verzocht het amendement te willen toelichten. De woorden: „onverschillig of de instelling al ofnietzelfeen ziekenfonds bezit enz. kunnen tot groot misverstand aanleiding geven en hebben reeds tot het misverstand aanleiding geven, dat het hoofdbestuur in zake het algemeen bindend besluit zijn draai zou hebben genomen. Daarom stelt de afdeeling Amsterdam voor die zinsnede te laten vervallen en punt 4 met punt 5 te combineeren, zoodat de aanhef van punt 5 als volgt komt te luiden:

dat de overeenkomsten, gesloten door de Nederlandsche Amendement maatschappij tot bevordering der geneeskunst met rechts- van de persoonlijkheid bezittende instellingen ter verzekering van Amsterdam, geneeskundige hulp aan groepen van personen, op tweeërlei °P puI": verschillende wijzen kunnen worden opgemaakt enz.

De afgevaardigde van de afdeeling Zwolle en O., de heer J. D. C. Koch:

Bij de behaadeling van de punten 4 en 5 komt nu weer het zelfde terug, waar ik gisteren mee ben begonnen. Het spijt mij dat prof.

MEIJERS weg is, maar n en déplaise zijn juridische uitlegging, waar ik mij volkomen bij neerleg, blijf ik bij mijn meening, dat in de punten 4 en 5 en vooral in 5 sub 2° belangrijk wordt afgeweken van den geest en de bedoeling van ons bindend algemeen besluit 1912. Nu zeg ik daarmede niet dat ik die afwijking afkeur, maar men mag niet zeggen: „Dat is een formeele zaak". Neen, dat is het niet. Een bindend besluit is een ernstige zaak en dan moet de vergadering er wel van overtuigd zijn dat zij volgens de statuten toch eigenlijk onbevoegd is nu, nadat zij slechts drie weken vooraf deze voorstellen heeft kunnen bestudeeren, een besluit te nemen. Ik doe daarom het voorstel om, overeenkomstig artikel 19 van de statuten, alles wat in strijd is met het algemeen bindend besluit van 1912, te onderwerpen aan een eindbeslissing door een referendum.

De voorzitter:

Dat is een geheel nieuw voorstel, dat straks de noodige eer zal ondervinden. Indien dan mocht blijken dat de vergadering meent dat hier wordt afgeweken van het algemeen bindend besluit 1912,

dan zullen wij ons natuurlijk aan die beslissing gebonden achten en een referendum uitschrijven. Wij zullen den heer KOCH straks in de gelegenheid stellen op zijn voorstel terug te komen, wanneer wij de artikelsgewijze behandeling ten einde hebben gebracht. Nu is dan aan de orde het amendement van de afdeeling Amsterdam om in plaats van 4 en den aanhef van 5 te lezen:

Sluiten