Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat de overeenkomsten, gesloten door de Nederlandsche maatschappij tot bevordering der geneeskunst met rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen ter verzekering van geneeskundige hulp aan groepen van personen op tweeërlei verschillende wijzen kunnen worden opgemaakt enz.

De afgevaardigde van de afdeeling de Vecht en O., de heer

L. L. Posthuma:

Mijnheer de voorzitter! Ik wil u gaarne dit vragen. Als ik den afgevaardigde van de afdeeling Zwolle en O. goed begrepen heb, stelt hij voor een referendum te houden en dan alleen over punt 5, 2 . Voordat wij dus stemmen over punt 5, 2°. moet m.i. volgens de bepalingen van het huishoudelijk reglement eerst beslist worden of er een referendum zal gehouden worden, ja dan neen; want de bedoeling van den afgevaardigde van de afdeeling Zwolle en O. is een referendum te houden over punt 5, 2°.

De voorzitter:

Dat is wel juist, maar aan den anderen kant rukken wij toch een geheel voorstel uit elkaar. Men moet een voorstel als geheel beschouwen, want de dingen houden met elkaar verband. Het is haast niet mogelijk een referendum te houden over een onderdeel, zonder het geheel in beschouwing te nemen.

De afgevaardigde van de afdeeling Zwolle en O., de heer

J. D. C. Koch:

Het is mij goed, mijnheer de voorzitter!

De afgevaardigde van de afdeeling Enschede, Mej. M. C. Metman:

Mijnheer de voorzitter! Ik had namens mijn afdeeling te vragen, of in punt 5, 2o. het woord „alleen" slaat op behandeling of op Nederlandsche maatschappij. Men wil n.m. weten of, wanneer een instelling een overeenkomst sluit, de maatschappij alléén die overeenkomst mag sluiten, zoodat dus niet de niet-leden van de maatschappij dat niet kunnen doen.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie de heer A. C. van Bruggen:

De bedoeling is: alléén voor de behandeling. Hetbeteekent: zonder

pharmaceutische hulp.

De hoofdbestuurder-secretaris, de heer C. F. Schreve:

Indien achter het woord „verbindt een komma komt te staan, vervalt de onduidelijkheid.

De heer A. Keesing (Amsterdam):

Mijnheer de voorzitter! In het bindend besluit, waarop deze toelichting slaat, staat een imperatief welstandsgrensmaximum voor-

Sluiten