Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen:

Ik wil even opmerken dat na de heden door den rechtsgeleerden raadsman gegeven uiteenzetting en nu wij uitgemaakt hebben dat het toch werkelijk slechts is een leidraad en geen wijziging van het vroeger genomen algemeen bindend besluit en bovendien geen voorstel, een referendum absoluut overbodig is.

De afgevaardigde van de afdeeling de Vecht en O., de heer L. L. Posthuma:

De heer KOCH zei zoo even dat, wanneer de leidraad aan een referendum zou worden onderworpen, deze drie vierden van de stemmen noodig zou hebben. Maar de leidraad is toch geen algemeen bindend besluit en behoeft dus alleen de meerderheid van stemmen bij referendum.

De voorzitter:

Wij zitten weer in een juridische zaak. Wij moeten uitmaken of bij een eventueel referendum een meerderheid van drie vierden der stemmen vereischt wordt. 1

De afgevaardigde van de afdeeling Zwolle en O., de heer J. D. C. Koch:

Mijnheer de voorzitter! Ik heb met heel veel genoegen de woorden van den heer MEIJERS gehoord en ik heb zeer tot mijn genoegen gehoord dat hij zei: „Ik neem zelfs aan, dat de leden van de maatschappij vóór twee jaar een andere beteekenis aan het woord „deelnemen" gaven en heelemaal niet zagen, wat de juridische beteekenis van de zaak is." Dat is voor mij voldoende. Dat bewijst dat, als wij dat geweten hadden, wij vóór twee jaar in plaats van „deelnemen' een ander woord zouden gekozen hebben, zoodat werkelijk naar geest en bedoeling dit in strijd is met ons algemeen bindend besluit. Alléén omdat ik van oordeel ben dat het een wijziging van ons algemeen bindend besluit geldt, meen ik dat wij een referendum moeten instellen.

De hoofdbestuurder-secretaris, de heer C. F. Schreve: Mijnheer de voorzitter! Onze maatschappij kent twee soorten van referendum. Eene heeft betrekking op het nemen van een bindend besluit of het wijzigen van een bindend besluit, en de tweede heeft betrekking op het feit, dat vóór de eindstemming over een zaak, het voorstel wordt gedaan dat niet alleen in de algemeene vergadering maar door alle leden van de maatschappij gestemd zal worden. In dat geval wordt niet drie vierden, maar de meerderheid voor de aanneming verlangd. De heer KOCH blijft nu bij zijn meening dat de leidraad een wijziging zou zijn van het algemeen bindend besluit, doch in deze hebben wij met die meening niets te maken, maar wél

Sluiten