Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het hoofdbestuur op het oog had, geen hout snijdt. Zoo kunnen er wel meer instellingen komen, die iets bijzonders hebben. Morgen komt er een groote fabriek, die meent dat het voor de veiligheid noodig is dat hij vertrouwde geneesheeren heeft, tegenover andere geneesheeren, die blijkbaar niet vertrouwd zijn. Die moeten het personeel keuren en allerlei maatregelen nemen! Ik moet u dan ook zeggen dat het voorbeeld niet den minsten indruk op mij heeft gemaakt.

De afgevaardigde van de afdeeling 's-Gravenhage en O., de heer D. Snoeck Henkemans:

Het komt mij voor, dat men niet kan zeggen: „dat voorbeeld snijdt al of niet hout". Ik geloof, afgezien van de kwestie van de veiligheid van het verkeer, dat hier voor de spoorwegartsen een uitzondering moet worden gemaakt, omdat de dienst het noodig maakt vrij vervoer te hebben en men toch moeilijk mag verwachten dat de spoorwegdirecties in Den Haag zullen zeggen: „Nu geven wij allen driehonderd geneesheeren maar vrij reizen tusschen Den Haag en Rotterdam. Ik kan mij daarom voorstellen dat het voorbeeld wel iets waard is. Maar in geen geval mag men, gelijk de afgevaardigde van de afdeeling Rotterdam en O. doet, daarom zeggen: „Het moet als uitzondering genoemd worden", want er kunnen nog andere uitzonderingen zijn. Daarom heeft dat woord „waar mogelijk" zijn gevaren, maar is het toch ook noodzakelijk, omdat het onmogelijk is alle gevallen, die zich voordoen, onder een algemeene regeling te vangen.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen:

Ik geloof, dat het standpunt van den heer SNOECK HENKEMANS het eenige juiste is. Men kan alle gevallen niet overzien. Er zijn geen vèrzienden onder ons.

De afgevaardigde van de afdeeling Groningen, de heer H. G. Hamaker:

Wie zal uitmaken of het mogelijk is?

De voorzitter:

Natuurlijk, het hoofdbestuur met zijn verschillende commissies. Het is niet mogelijk dat de algemeene vergadering dat doet. Wanneer dat blijft bestaan, is er geen maatschappij of geen lichaam, dat ooit onderhandelingen zal beginnen tot het sluiten van overeenkomsten.

De afgevaardigde van de afdeeling Groningen, de heer H. G. Hamaker:

Wie zal uitmaken of het in een bepaald geval moet gelden ?

De voorzitter:

De bedoeling is, dat het hoofdbestuur beslist.

Sluiten