Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel mogelijk in het reine te brengen en de maatschappij financieel krachtig te maken. Ik heb in de afdeeling Amsterdam voorgesteld een zeker percentage of een vast bedrag te laten noemen, volgens hetwelk de heeren, die geen ziekenfondspraktijk hebben, zouden moeten bijdragen aan de kas der centrale organisatie; niet kunnen,

maar moéten. Ik heb toen een som genoemd, maar het bleek dat men daarbij stuitte op praktische bezwaren. Ik zou nu aan het hoofdbestuur in overweging willen geven of het niet bij de reglementswijziging een voorstel zou kunnen ontwerpen, waarin wordt uitgedrukt dat moét worden gecontribueerd, hetzij naar een vast bedrag, hetzij naar een vast percentage. Het zou mij om de ethische en praktische reden,

dat de kas der centrale organisatie moet worden versterkt, aangenaam zijn, indien de maatschappij een dergelijk blijk van collegialiteit gaf,

dat ook zij, die geen ziekenfondspraktijk uitoefenen, sympathie betuigden met onze voornaamste instelling op ziekenfondsgebied.

De hoofdbestuurder-secretaris, de heer C. F. Schreve:

Mijnheer de voorzitter! Het komt mij voor dat, waar dit denkbeeld door den heer KEESING in de algemeene vergadering te berde is gebracht en de afgevaardigden daarvan hebben kennis genomen, zij dat denkbeeld ter kennis van de leden van hun afdeeling kunnen brengen. Dan bestaat de mogelijkheid, dat het denkbeeld, hetwelk in de afdeeling Amsterdam niet werd aangenomen, misschien door een of andere afdeeling in den vorm van een amendement wordt ingediend voor de eerstvolgende buitengewone vergadering.

De heer A. Keesing (Amsterdam):

Het denkbeeld is niet verworpen in de afdeeling Amsterdam. Integendeel, het is ten sterkste ondersteund door iedereen, maar de redactie, die ik had voorgesteld, is niet aangenomen, ten gevolge van het getal, dat ik had genoemd.

De hoofdbestuurder-secretaris, de heer C. F. Schreve:

Dat is juist! Ik heb me onnauwkeurig uitgedrukt.

De voorzitter:

Mag ik vragen of thans de vergadering zich vereenigt met het Amendemenamendement van het hoofdbestuur? Niemand er tegen? Dan is het te" h°ofd~ aangenomen. Ik zou nu een reeks van maatregelen aan de orde willen aangenomen, stellen, waarbij dan nog een voorstel komt; maatregelen, welke door het bestuur der centrale organisatie zijn voorbereid en in het hoofdbestuur zijn besproken. Daartoe zal ik den heer VAN BRUGGEN het woord geven.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen:

Mijnheer de voorzitter! Het zijn maatregelen, welke noodig gebleken zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van onze

Sluiten