Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 62. b.

Amendement van de afdeeling 's-Gravenhage en O.:

Dit artikel zóó te veranderen dat het recht van schrapping niet aan de algemeene vergadering, maar aan den raad van beroep wordt toegekend.

Praeadvies van het hoofdbestuur: Het hoofdbestuur wenscht zich in deze geen partij te stellen, maar de beslissing aan de algemeene vergadering over te laten.

In dit artikel wordt dus het beginsel ter sprake gebracht, dat men, wanneer men zijn lidmaatschap opzegt, nog een half a één jaar lid blijft. Neem aan, dat een of ander lid het niet bevalt in onze maatschappij, dan is hij niet onmiddellijk uit het verband los gemaakt, maar staat hij nog een half a een jaar onder disciplinaire tucht. Het hoofdbestuur ontraadt het amendement van de afdeeling Enschede, neemt echter een kleine redactiewijziging over. Het amendement van de afdeeling Friesland is een redactioneel amendement en heeft op het oogenblik geen beteekenis. Het amendement van de afdeeling 's-Gravenhage en O., beoogt vast te leggen, dat er geen beroep is op de algemeene vergadering, maar op den raad van beroep.

De voorzitter der commissie voor de reglementsherziening, de heer B. J. Kouwer:

Mijnheer de voorzitter! Ik wil geen algemeene beschouwingen houden, maar alleen de vergadering er aan herinneren dat wij de keuze van de data genomen hebben, om onmogelijk te maken dat een lid, die eenig gevaar voor zijn vrijheid of zijn beurs in het verschiet ziet, zich plotseling kan onttrekken door de opzegging van zijn lidmaatschap. Wanneer er dus strafbepalingen dreigen, zou een lid zich daarvoor kunnen vrijwaren door te bedanken. Nu gaat dat van zelf niet. Wanneer hij zijn brief van ontslag heeft ingediend, blijft hij nog geruimen tijd lid der maatschappij en hebben de verschillende raden ruimschoots tijd de zaak te onderzoeken en eventueel hem aan de strafbepalingen te onderwerpen. Daarvoor is deze tijdsruimte gekozen. Wel is waar, worden sommigen daardoor gedwongen langer lid van de maatschappij te blijven, maar wij hebben gemeend dat dit niet anders kon. Er zijn bezwaren ingebracht, nog niet in deze vergadering, maar wel in het tijdschrift, in een stuk van den heer BOEKELMAN, waarin er op gewezen wordt dat iemand, die om grondige redenen, bijv. omdat hij zich met een bindend besluit niet vereenigen kan, het lidmaatschap der maatschappij opzegt, gedwongen wordt een half jaar of een jaar lid te blijven. Dit schijnt voor hen, die in zulke

I

Sluiten