Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. de rib is niet langer dan het dwarsch uitsteeksel; vertoont een capitulum, collura en tuberculum, welke deelen articuleeren met de daarmede overeenkomende deelen van den wervel.

2°. de rib steekt buiten het dwarsch uitsteeksel uit en eindigt vrij.

3°. de rib steekt nog verder uit en is met zijn lichaam of door een ligament met het kraakbeen van de le borstrib verbonden.

4°. de rib heeft zelf ook een kraakbeenig gedeelte, waarmede zij, soms versmolten met het kraakbeen van de 1': borstrib, het borstbeen bereikt. De meeste bekende gevallen behooren tot de 2e en 3e groep. Slechts een enkel geval is bekend, waarbij ook de (5e halswervel een rib droeg. Eigenaardig is ook, dat nagenoeg nimmer aan beide zijden een groote rib gevonden wordt; gewoonlijk vindt men aan de andere zijde een breed plat beenstukje als rudiment.

De stoornissen, die de halsrib kan veroorzaken, liggen in de ontleedkundige verhouding ten opzichte van de A. subclavia, den plexus cervicalis en den Musculus scalenus anticus. De A. subclavia namelijk ligt soms voor-boven op de halsrib, soms ligt zij op de halsrib, gevangen tusschen twee gedeelten van den M. scalenus anticus. Ligt zij vrij boven op de halsrib, dan nemen wij bij de inspectie al een duidelijke pulsatie waar op den tumor. Ligt zij gevangen tusschen de gedeelten van den M. scalenus, dan kan zij bij samentrekking daarvan deerlijk in den knel geraken en op die wijze aanleiding geven tot stoornissen, zoowel in de bloedverzorging der bovenste extremiteit, als tot veranderingen in haar eigen lumen, zelfs tot aneurysmatische verwijding en tot thrombose.

Eveneens worden de zenuwen van den plexus cervicalis, voornamelijk de le tot en met de 8° tak, gevat iu de bundels van den M. scalenus anticus en kunnen dus ook daardoor stoornissen in de motiliteit en de sensibiliteit van het door hen verzorgd gebied voorkomen. Worden deze stoornissen hevig,

Sluiten