Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kan dit aanleiding geven tot operatief ingrijpen, waarbij dan de halsrib verwijderd wordt. Het eerst werd dit gedaan door Coote in 1861, en pas dertig jaar later voor de tweede maal door Fischer ; gewoonlijk zijn de gevolgen goed. Slechts bij een enkel geval werd, door het te sterk terzijde trekken van den plexus cervicalis, een paralyse van den arm overgehouden.

Ook bij mijn patiente, overigens een gezond meisje van 24 jaar, zag men een pulseerend vat in de zeer gevulde linker supraclaviculairstreek. Deze streek bleek meer gevuld door een beenhard kastanje-groot gezwel, dat naar achteren tot de wervels te vervolgen was, doch naar voren zich onder het sleutelbeen verloor. De huid was bewegelijk, zoo ook de andere deelen, de tumor zou de laatste jaren niet gegroeid zijn. Ook aan de rechterzij vindt men een beenig uitwas, echter bij lange na niet zoo groot als links. Stoornisssen waren er niet, zoodat hier de A. subclavia wel niet tusschen de bundels van den scalenus anticus loopen zal. De Röntgen photographie gelijkt als twee druppels water op die van Dr. Borchardt.

Sluiten