Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

von Ziegenweidt.

Een geval van Raynaud1 sche ziekte.

Ongeveer half November kwam deze anaemische, 29 jarige niet gehuwde juffrouw mij consulteeren voor krachteloosheid der rechterhand, waarin tevens een prikkelend, tintelend gevoel werd waargenomen voornamelijk in duim, wijs- en middelvinger; behalve een voortdurende dorst had zij geene objectieve klachten.

Bij inspectie bleek de rechter arm veel dunner te zijn dan de linker; deze atropliie betreft niet alleen de spieren, maar ook het onderhuidsche vetweefsel. De kracht van de spieren is rechts verminderd. Op den dynamometer krijgt deze rechtshandige patiënt rechts 75, links 100; de kracht is dus rechts afgenomen. De spieren van den onderarm zijn slap, fibrillaire contracties worden niet waargenomen. De beweging van de vingerkootjes gaat actief zeer moeilijk; het maakt den indruk, alsof de vingers stijf zijn; passief laten zij zich echter zeer gemakkelijk buigen. De spieren reageeren prompt op den faradischen en galvanischen stroom, zoowel bij directe als indirecte spierprikkeling. De mechanische spierprikkeling is verhoogd.

De sensibiliteit is niet gestoord en de zenuwstammen zijn niet pijnlijk bij druk.

De nagels staan in groei stil; verder zijn geen trophische stoornissen aan te toonen. De nrine bevat eiwit noch suiker.

De menstruatie is normaal en aan den pols zijn geen bijzonderheden waar te nemen.

De diagnose werd op neuritis gesteld. De therapie bestond in regelmatig electriseeren en het toedienen van een salicyl praeparaat.

Sluiten