Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n. die der Hoogduitsche taal;

o. die der algemeene geschiedenis;

p. die der wiskunde;

q. het handteekenen;

r. de beginselen der landbouwkunde;

s. de gymnastiek;

t. de fraaie handwerken voor meisjes.

Artikel 2.

(1) Lager onderwijs is huis- of schoolonderwijs.

(2) Onderwijs, gegeven aan kinderen van ten hoogste drie gezinnen gezamenlijk in de woning van het hoofd van een der gezinnen,

is huis-onderwijs. . , , , ...

(3) Alle ander lager onderwijs, waaronder ook het onderwijs m armeninrichtingen, gods-, gast- en werkhuizen, gestichten van weldadigheid en andere instellingen van openbaar nut gegeven, wordt, onverminderd het bepaalde bij artikel 12, voor de toepassing van dit reglement als schoolonderwijs beschouwd.

Artikel 3.

Lagere scholen, opgericht en onderhouden door het Gouvernement, zijn openbare, alle andere zijn particuliere scholen.

Artikel 4.

Aan particuliere scholen kan van wege het Gouvernement subsidie worden verleend onder zoodanige voorwaarden als de GouverneurGeneraal noodig acht.

Artikel 5.

(1) Behoudens het bepaalde iti artikel 7 mag niemand lager onderwijs geven, die niet in het bezit is der bij de artikelen 19, 26 en 31 en volgende gevorderde bewijzen van bekwaamheid en zedelijkheid.

(2) Vreemdelingen behoeven bovendien de vergunning van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid (*).

(3) De bewijzen, in Nederland wettig afgegeven, zijn van

waarde.

Artikel 6.

Waar in dit reglement of in daarmede verband houdende verorde-

(') Aldus luidt deze alinea ingevolge art. 1 der Ord. 30 Juli 1905 (Stbl. 1905 n°. 405;..

Sluiten