Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Zoowel van het eene als van het andere verbod kan vrijstelling worden verleend door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid.

§ 3. Yan de schoolgelden.

Artikel 25.

(1) Schoolgeld wordt geheven in verband tot de gegoedheid der ouders en de uitgebreidheid van het onderwijs overeenkomstig een door den Gouverneur-Generaal vastgesteld tarief.

(2) Voor twee of meer kinderen uit één gezin, gelijktijdig ter school gaande, kan het bedrag van het schoolgeld lager gesteld worden dan het wezen zou, zoo berekend voor ieder kind afzonderlijk.

(3) Minvermogenden en de kinderen uit liefdadige gestichten, kinderen van het onderwijzend personeel der openbare lagere scholen en van de Europeesche onderwijzers, die aan Gouvernementsscholen voor Inlanders werkzaam zijn, zoomede kinderen der Inlandsche hulponderwijzers van den lsten rang, aan laatstgenoemde scholen werkzaam, worden kosteloos tot de openbare lagere scholen toegelaten, voor zoover door den Gouverneur-Generaal niet uitdrukkelijk anders mocht zijn bepaald (1).

(4) Waar de plaatselijke omstandigheden dit wenschelijk maken, kunnen afzonderlijke scholen uitsluitend voor betalende leerlingen worden aangewezen. Deze scholen heeten eerste scholen. &

TITEL III.

Van het particulier onderwijs.

Artikel 26.

(1) Tot het geven van particulier onderwijs wordt vereischt het bezit:

a. eener akte van bekwaamheid overeenkomstig de artikelen 31 en volgende;

b. van een gelijk getuigschrift, als in artikel 19, alinea 1, litt. b is vermeld;

c. van een bewijs, dat deze beide stukken door het Hoofd van het gewest, waar het onderwijs zal gegeven worden, zijn gezien en in orde bevonden.

(2) Alvorens tot het geven van onderwijs wordt overgegaan, moet dit bewijs aan de Schoolcommissie ter plaatse of bij ontstentenis van

(*) Aldus luidt deze alinea ingevolge Ord. 4 Januari 1902 (Stbl. 1902 n°. 5).

Sluiten