Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 39.

(1) Voor het afleggen van de examens, vermeld in de artikelen 34, 35, 36 en 37 wordt minstens eenmaal '"s jaars gelegenheid gegeven te Batavia, Semarang en Soerabaja.

(2) Ook op andere plaatsen kan door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid gelegenheid worden geopend voor het afleggen der in de artikelen 34, 36 en 37 vermelde examens.

(3) Behoudens afwijkingen door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid toe te staan, worden de adspiranten toegelaten tot het examen op de naastbij gelegen plaats, waar tot het afleggen er van gelegenheid wordt gegeven.

(4) De Directeur bepaalt den tijd, waarop de examens plaats hebben, brengt dien bij openbare aankondiging ter algemeene kennis en wijst de leden der examencommissiën aan.

(5) De inspecteurs, bedoeld bij het 2de lid van artikel 41, zijn ambtshalve lid en voorzitter dier commissiën, ieder voor zooveel zijn ambtsgebied betreft. Bij verhindering of ontstentenis van den betrokken inspecteur, wordt hij op aanwijzing van den Directeur door een zijner ambtgenooten vervangen. Blijkt eene dergelijke vervanging niet mogelijk, dan treft de Directeur voornoemd eene voorziening zooals hij het meest in het belang der examens acht.

(6) De mondelinge examens, behalve die van onderwijzeressen, worden in het openbaar gehouden.

(7) Van den afloop van elk examen wordt verslag gedaan aan den Directeur voornoemd.

Artikel 40.

(1) Hij, die zich aan een examen wenscht te-onderwerpen, wendt zich tijdig tot den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid door tusschenkomst van den inspecteur der afdeeling, waar de adspirant verblijf houdt en met opgave van de akte of de akten, die hij verlangt.

(2) Hij legt daarbij over een of meer getuigschriften van zedelijk gedrag en zijne geboorte-akte, of bij gemis hiervan eene akte van bekendheid, afgegeven op de wijze en in den vorm als voorgeschreven bij artikel 72 van het Burgerlijk Wetboek.

(3) De adspirant voor de akte, vermeld in artikel 32 onder b, legt bovendien over zijne akte van bekwaamheid als onderwijzer, bedoeld bij artikel 32 onder a, alsmede het bewTijs, vermeld in artikel 35 onder b.

(4) De omvang der examens wordt door den Gouverneur-Generaal geregeld.

(5) De Gouverneur-Generaal stelt een reglement van orde voor de examens vast.

Sluiten