Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45

2e. vaardigheid in het schrijven, te beoordeelen naar een schoonschrift, groot, middelsoort en klein, het laatste zoowel met loopende als met staande hand, en naar eene proeve op het schoolbord;

3e. kennis van de beginselen der spraakkunst, en wel de hoofdzaken uit de leer van den zin, de onderscheiding der woordsoorten, de beteekenis en het gebruik der buigingsvormen en spelregels, voor zoover noodig tot het zuiver schrijven; het gebruik der leesteckens; eenige bekendheid met de vorming der woorden;

4e. vaardigheid om zijne gedachtei' schriftelijk juist en gemakkelijk uit te drukken, blijkende uit het schriftelijk werk;

5e. kennis van de gronden der hoofdbewerkingen in de rekenkunde, zoowel met gewone en tienddelige breuken als met geheele getallen; de evenredigheden; het Nc-lerlandsche stelsel voor maten en gewichten; de berekeningen van de grootte en de vormveranderingen van eenvoudige vlakke figuren, en de berekening van de inhouden der eenvoudigste lichamen.

Vaardigheid in het oplossen zoowel uit het hoofd als schriftelijk van eenvoudige rekenkunstige vraagstukken;

6e. algemeene kennis van de oppervlakte der aarde en van de staaten natuurkundige aardrijksbeschrijving van Europa; eene bekendheid met Nederland en zijne bezittingen, die meer tot in bijzonderheden afdaalt;

7e. bekendheid met de gebeurtenissen van de geschiedenis van N ederland en Nederlandsch-Indië;

8e. kennis van de eenvoudigste natuurkundige verschijnselen.

Eenige bekendheid met het organisme van het menscheiijk iichaam, vooral ten opzichte van den bloedsomloop en de ademhaling, en met den bouw en het leven van de belangrijkste inlandsche dieren en planten;

9e. kennis van het notenschrift, de maatverdeeling en de toonschalen, voor zoover die noodig is voor het schoolonderwijs in het zingen; 10e. bedrevenheid in het teekenen op papier en in het schetsen op het schoolbord van êene eenvoudige vlakversiering naar eene plaat.

Bedrevenheid in het schetsen en schaduwen van eenig meetkunstig lichaam naar de natuivr.

Bekendheid met de meest voorkomende perspectivische verschijnselen, begrip van projecties en doorsneden.

Kennis van een goeden leergang voor het eerste teekenonderwijs in de lagere school;

lle. bekendheid met:

de inrichting van de lagere school en het klassikaal onderwijs; de voornaamste leerwijzen voor de vakken, genoemd onder a, i en c van artikel 1 van het Onderwijsreglement;

de geschikte middelen tot handhaving van orde en tucht; de voornaamste bepalingen der tegenwoordige wetgeving op het lager onderwijs.

Sluiten