Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennis te nemen van den schriftelijken arbeid van dien adspirant in het vak, waarover het mondeling examen heeft geloopen.

Artikel 9.

Het oordeel over de kennis der adspiranten in eenig vak wordt uitgedrukt door een der cijfers van 1 tot 10 aan welke de volgende beteekenis is te hechten:

10 uitmuntend;

9 zeer goed;

8 goed;

7 ruim voldoende;

6 voldoende;

5 twijfelachtig;

4 onvoldoende;

3 zeer onvoldoende;

2 gering;

1 zeer gering;

Artikel 10.

(1) Omtrent den uitslag van een examen ter verkrijging van de akte van bekwaamheid als onderwijzer(es) of als hoofdonderwijzer(es) wordt geen beslissing genomen in een vergadering, waarin meer dan twee leden niet aanwezig zijn; omtrent den uitslag van elk ander examen wordt geen beslissing genomen in een vergadering, waarin meer dan één lid afwezig is.

Elk aanwezig lid is verplicht aan de stemming deel te nemen.

(2) De beslissing omtrent de waardeering bij elk vak of onderdeel van een vak wordt door den examinator en den bijzitter of de bijzitters voor dat vak bij meerderheid van stemmen genomen.

De beslissing omtrent den uitslag van het examen wordt door de leden der commissie voor dat examen eveneens bij meerderheid van stemmen genomen.

Staking van stemmen wordt geacht een beslissing te zijn in den voor den geëxamineerde minst gunstigen zin.

(3) Zonder stemming worden afgewezen de adspiranten voor de akte van bekwaamheid als onderwijzer of als onderwijzeres, die onvoldoende zijn bevonden in de Nederlandsche taal.

Artikel 11.

(1) Onmiddellijk na afloop van het examen voor elke groep wordt in een vergadering der commissie bij meerderheid van stemmen beslist, welke candidaten geslaagd, welke afgewezen zijn en over welke candidaten beraadslaagd moet worden.

(2) Aan hen, omtrent wier slagen of niet slagen een beslissing is genomen, wordt deze dadelijk medegedeeld.

Sluiten