Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Voor de begieting in den drogen tijd van het erf der school en voor de begrinding van den grond onder de afdaken wordt de tusschenkomst van het plaatselijk bestuur ingeroepen.

Artikel 9.

(1) De leerlingen mogen gedurende de school- en rusttijden het schoolerf niet verlaten dan in de gevallen en op de wijze bij art. 17 van het Schoolreglement (Staatsblad 1894 11' 193) omschreven.

(2) Ingeval kinderen gedurende den schooltijd ziek worden, zoodat zij huiswaarts moeten keeren, zorgt de onderwijzer dat dit, indien noodig, geschiedt onder geleide.

Artikel 10.

(1) Het hoofd der school waakt voor de verstrekking van gefiltreerd drinkwater, zoo mogelijk artesisch water.

(2) Hij draagt zorg voor de zindelijkheid van het schoolgebouw, de schoolmeubelen, urinoirs en de latrines.

(3) Zoo dikwerf als noodig blijkt, moeten reiniging en ontsmetting plaats hebben door middel van carbolzuur, chloorkalk of andere desinfectie-middelen, welke, indien ze niet plaatselijk uit 's Lands voorraad verkrijgbaar zijn, vanwege het Departement op aanvrage in duplo verstrekt worden. In spoedvereischende gevallen kan desnoods tot plaatselijken aanklop, onder nadere goedkeuring van den Departementschef, worden overgegaan.

(4) De onderwijzers zijn indachtig, dat met betrekking tot de in artikel 8 der Epidemie-ordonnantie (Staatsblad 1892 ü! 45) vermelde ziekten Aziatische Cholera, Pokken (variola en varioloïs) en Diphteritis, art. 20 dier ordonnantie van toepassing is en dat de overtreding ervan bij art. 38 strafbaar is gesteld. De artikelen luiden aldus:

Art. 20. Bewoners van huizen of vaartuigen, waarin eene in artikel 8 bedoelde ziekte voorkwam, mogen geen school bezoeken, dan na verloop van acht dagen nadat de ziekte, volgens schriftelijke verklaring van eenen geneeskundige, uit die huizen of vaartuigen geweken is. Wanneer geen bevoegd geneeskundige ter plaatse gevestigd is, heeft het Hoofd van Plaatselijk Bestuur de bevoegdheid het verbod op te heffen.

Hoofden of bestuurders van scholen mogen de in alinea één bedoelde personen, zoolang het verbod duurt, niet tot die inrichtingen toelaten.

Het verbod wordt opgeheven, zoodra ontsmetting overeenkomstig artikel 33 dezer ordonnantie heeft plaats gehad.

Onder scholen verstaat dit artikel scholen van voorbereidend onderwijs, met inbegrip van kinderbewaarplaatsen, zoomede scholen van lager en middelbaar onderwijs.

Art. 38. De straffen, bij artikel 31 omschreven, worden toegepast :

Sluiten