Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R op ouders of voogden, die hunne kinderen ter school zenden in strijd met artikel 20;

2e. op de onderwijzers, die in strijd met dat artikel ter schole komen en op de hoofden of bestuurders der scholen, die de onderwijzers hebben toegelaten.

Artikel 11.

(1) De onderwijzers trachten de leerlingen meer door liefde en door het veraangenamen der lessen dan door harde verwijtingen of straffen tot hun plicht te houden.

(2) Bij het opleggen van strafwerk wordt met oordeel te werk gegaan en den leerling geene andere taak opgelegd, dan die hij naar behooren kan volbrengen.

Artikel 12.

(1) Het hoofd der school waakt, dat geene andere straffen worden opgelegd dan die, bij artikel 16 van het Schoolreglement (Staatsblad 1894 Il! 193) veroorloofd, en dat met name geene lichamelijke kastijding plaats hebbe.

(2) Wanneer het afwerken van eene opgelegde taak gedurende de uitspanning of na afloop der schooluren door een onderwijzer is opgelegd, moet deze hiervan bij het einde van den schooltijd kennis geven aan het hoofd der school en tevens in het lokaal aanwezig blijven, tenzij het toezicht op andere wijze voldoende verzekerd zij.

(3) De straf van afzondering van de overige leerlingen gedurende meer dan één schooltijd wordt alleen door het hoofd der school toegepast.

(4) Verwijdering van de school geschiedt, indien zij voor langer dan een dag plaats heeft, door de schoolcommissie op voorstel van het hoofd der school en anders door dezen zelf. In geval van verwijdering door de schoolcommissie, beoordeelt zij in hoeder de verwijderde na korter of langer tijd op eene andere school ter plaatse dan wel op dezelfde school weder toegelaten kan worden. In dit laatste geval geschiedt zulks slechts in overleg met het hoofd der school. Indien er termen toe bestaan, kan het hoofd der school de verwijdering onder nadere goedkeuring der schoolcommissie gelasten; hij geeft hiervan onverwijld aan de commissie kennis.

(5) Het hoofd der school geeft van eene verwijdering steeds kennis aan de belanghebbende ouders of voogden. Ook is het hoofd der school verplicht aan dezen mededeeling te doen van het verkeerd gedrag der kinderen, indien zij in het algemeen tot voortdurende ontevredenheid aanleiding geven.

(6) Bij het opleggen der straffen neemt de onderwijzer in acht den climax, aangegeven in artikel 16 (1), alinea 1, van het Schoolre-

(') Thans art. 17 van Stbl. 1908 n°. 312.

Sluiten