Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4) Ook wanneer het hoofd der school in den loop van het schooljaar een verzoek ontvangt tot toelating van leerlingen, zendt hij aan belanghebbende een aangiftebiljet, overeenkomstig model Bijlage VI, ter invulling.

(5) Aan het einde van elke maand zendt hij eene recapitulatie van de aangiften van dezen aard — mede overeenkomstig model Bijlage VII — aan den voorzitter der schoolcommissie ter bepaling of de kinderen, waarvoor toelating is verzocht, in een categorie van betaling, en, zoo ja, in welke moeten worden gerangschikt, dan wel of zij gratis kunnen worden toegelaten.

(6) Zoowel bij den aanvang van het schooljaar als tusschentijds is het hoofd der school bevoegd de kinderen dadelijk toe te laten, tenzij de voorschriften er zich tegen verzetten.

(7) Wanneer de school, waarop toelating is verzocht, overbevolkt dreigt te worden, is de voorzitter bevoegd de toelating te weigeren, indien mogelijk met aanwijzing van eene andere school ter plaatse.

(8) Ook zal hij, zoo de oprichting eener nieuwe school in het vooruitzicht is, verzoeken om toelating op reeds bevolkte scholen kunnen inwilligen onder voorwaarde dat de toelating slechts geldt, zoolang de nieuwe school nog niet geopend is.

(9) De maatregelen in de beide voorgaande alinea's bedoeld, worden genomen, wanneer de voorzitter zulks in het belang van het onderwijs of van de gezondheid noodig acht.

Artikel 14.

(1) Kinderen, die nog geen onderwijs genoten hebben, worden alleen toegelaten bij het begin van het schooljaar (1). Het hoofd der school is echter bevoegd van dit voorschrift af te wijken, voor zoover dit zonder stoornis kan plaats hebben, zoomede bij toepassing van alinea 2 artikel 10 van het Schoolreglement (Staatsblad 1894 Il! 193).

(2) De vergunning, bedoeld bij alinea 2 artikel 13 van het Schoolreglement, wordt niet gegeven, zoo door onwil geen of slecht gebruik van de school is gemaakt, doch wel wanneer de leerling, onafhankelijk van zijn wil, gedurende geruimen tijd geen school heeft kunnen bezoeken, b. v. doordien de ouders op eene plaats woonden, waar geen onderwijs was te bekomen, of omdat de leerling door ziekte, zwakke gezondheid, enz. belet werd ter school te gaan dan wel de lessen te bezoeken.

(3) (2).

Artikel 15.

(1) Bij de toelating der kinderen waakt het hoofd der school tegen overbevolking.

(') Aldus luidt deze zin ingevolge art. 1, § III van besl. Dir. O.E.N. 29 October 1907 n°. 20232 (Bijbl. n°. 7101).

O Deze alinea is vervallen ingevolge besl. Dir. O. E. N. 5 September 1906 n°. 15599 (B ij b 1. n°. 6547).

Sluiten