Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) Wanneer hij uit dien hoofde tegen de toelating van leerlingen bezwaren heeft, geeft hij hiervan kennis aan den voorzitter der schoolcommissie.

(3) Hij houdt van de inkomende en nog niet ingewilligde aanvragen naar tijdsorde aanteekening, opdat er uit blijke welke leerlingen in iedere klasse naar prioriteit der aanvragen voor toelating in aanmerking komen (1).

Artikel 16 (2).

Artikel 17.

(1) Geene kinderen worden toegelaten zonder vertoon van de hij artikel 11 alinea 1 sub 6 van het Onderwijsreglement (Staatsblad 1894 W 192) bedoelde verklaring, afgegeven door een geneeskundige^ tenzij de kinderen reeds te voren eene openbare lagere school hebben bezocht.

(2) Onverminderd de bevoegdheid aan het plaatselijk schooltoezicht geschonken omtrent de beoordeeling van de ziekten of gebreken, bedoeld bij alinea 1 sub a van voormeld artikel, worden geene kinderen op de scholen toegelaten, bij wie door een deskundige lepra is geconstateerd.

Artikel 17a (3).

(1) Aan iederen leerling, die de school verlaat, wordt door het hoofd der school uitgereikt een staat, overeenkomstig model Bijlage Villa, ingevuld voor zooveel het verblijf van den leerling op de school betreft.

(2) Bij toelating van een leerling, die reeds een of meer Europeesche lagere scholen in Nederlandsch-Indië heeft bezocht, wordt overlegging gevorderd van een zooveel mogelijk ingevulden staat als bedoeld in de vorige alinea. De leerling moet in het bezit zijn van de in den staat vermelde leermiddelen (4).

(3) Leerlingen, die zich voor toelating tot eene openbare lagere school aanmelden, na laatstelijk eene particuliere school te hebben bezocht, ontvangen, ingeval zij nog niet in het bezit zijn van een staat als bovenbedoeld, van het hoofd der eerstgemelde school een blancoexemplaar er van, ter invulling door het hoofd der particuliere school of door de ouders der leerlingen.

(') Aldus luidt deze alinea ingevolge art. 1, § IY, van besl. Dir. O.E. N. 29 October 1907 n°. 20232 (By bi. n°. 7101).

(*) Dit artikel is vervallen ingevolge § I van besl. Dir. O. E. N. 12 December 1904 n°- 20915 (Bij bl. n°. 6152).

(3) Dit artikel is ingelascht bij art. 1, § I, van besl. Dir. O. E. N. 28 Maart 1901 n°. 3936a (B ij b 1. n°. 5782).

O Deze zin is aan alinea 2 toegevoegd by art. 1, § III, van besl. Dir. O. E. N. 7 Augustus 1907 n°. 14610 (Bybl. n°. 6706).

Sluiten