Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4) Kan een leerling, die laatstelijk eene openbare lagere school heeft bezocht, bij aanvraag om toelating den hem betreffenden staat niet overleggen, dan vraagt het hoofd der school, tot welke toelating is verzocht, zoo noodig, door tusschenkomst van de schoolcommissie zijner standplaats den staat op van het hoofd der laatst door den leerling bezochte school.

(5) Het hoofd der school neemt de door zijne leerlingen overgelegde staten in bewaring, ter uitreiking, na nadere invulling, wanneer leerlingen de school verlaten.

TITEL 4.

Van het onderwijzend personeel.

Artikel 18.

(1) Het geheele onderwijzend personeel neemt gedurende den vollen schooltijd aan het onderwijs deel.

(2) Het is verplicht behoorlijk voorbereid tot de lessen ter school

te komen. .

(3) Het ondergeschikt personeel is wijders gehouden zich m alle zaken, het onderwijs betreffende, naar de inzichten van het hoofd te gedragen.

Artikel 19.

(1) Behalve in geval van ziekte mogen de onderwijzers geen schooldag, noch een gedeelte daarvan verzuimen, zonder vergunning

van het hoofd der school.

(2) De schoolcommissie is bevoegd, op verzoek van het hoofd der school, te eischen, dat de verhindering wegens ziekte door een geneeskundig certificaat worde gestaafd.

(3) Het onderwijzend personeel moet woonachtig zijn op de plaats, waar de school is gevestigd en er naar streven ook buiten den schooltijd in het belang der schooljeugd werkzaam te zijn.

Artikel 20.

(1) Indien het hoofd der school een schooldag geheel of gedeeltelijk moet verzuimen, geeft hij daarvan zoo mogelijk tijdig te voren en in elk geval ten spoedigste onder opgaaf der redenen kennis aan de schoolcommissie.

(2) Tevens deelt hij dit mede aan den onderwijzer, die hem krachtens artikel 22 moet vervangen.

Artikel 21.

Na afloop van elk kwartaal dient het hoofd der school aan de

Sluiten