Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede jaar: Vaderlandsche en algemeene geschiedenis tot 1789 en repetitie. Overzicht van de geschiedenis van Nederlandsch-Indië.

Derde jaar: Yaderlandsche en algemeene geschiedenis tot heden. Algemeene herhaling.

Staat- en natuurkundige aardrijkskunde.

Eerste jaar: Europa. In het bijzonder Nederland. De Atmosfeer.

Tweedejaar: Vreemde werelddeelen (tevens repetitie). De Hydrosfeer.

Derde jaar: Koloniën in Oost en West. De Lithosfeer. Repetitie van het in de eerste jaren behandelde.

Wiskundige aardrijkskunde.

Tweede jaar: Hoofdzaken der wiskundige aardrijkskunde. Vorm, grootte, afmetingen, metingen en bewegingen.

Derde jaar: Het gebruik van de globe. Het hemelgewelf met zijne verschijnselen.

Natuurkunde.

Eerste jaar: Leer van de zwaartekracht. Eerste beginselen. Samenstelling der dampkringslucht. Verbrandingsverschijnselen. Warmte.

Tweede jaar: Geluid en licht.

Derde jaar: Electriciteit. Magnetisme. Herhaling.

Plant- en dierkunde.

Eerste jaar: Plantkunde: Vormleer.

Dierkunde: Uitvoerige behandeling van den mensch.

Tweede jaar: Plantkunde: Ontleedkunde en levensleer. Behandeling van planten uit de voornaamste plantenfamilies. Dierkunde : De gewervelde dieren.

Derde jaar: Plantkunde: Voortzetting van het behandelde in het eerste en het tweede jaar.

Dierkunde: De belangrijkste ongewervelde dieren.

Teekenen.

Practische oefeningen.

Eerste jaar: Teekenen naar wandplaten, oefeningen in het kleuren met pastel en waterverf.

1 weede jaar: Voortzetting van het voorgaande gedurende de eerste drie maanden van het cursusjaar. Daarna schetsen naar ijzerdraad modellen als toepassing van het geleerde van de perspectief. Schetsen van de eenvoudigste meetkunstige lichamen en van de modellen uit de collectie van Brons—Middel.

Sluiten