Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halen, behoudens dat door hen niet meer dan vier verhoogingen worden genoten en dus een vroeger verkregen verhooging van ƒ 25 vervalt, zoodra door toekenning eener verhooging van ƒ 50, het totaal aantal verhoogingen meer dan vier zou bedragen (1). Bii (2)-

Art. 8. Mindere geschiktheid, pligtverzuim of andere redenen van ernstigen aard kunnen aanleiding geven:

a. tot terugstelling van een onderwijzer in eene lagere klasse;

l. tot het aanwijzen van een bepaalden tijd, die ter erlanging van

verdere traktements-verhoogingen buiten berekening blijft;

c. tot het opleggen van 'beide straffen te zamen.

Een teruggesteld onderwijzer blijft in het genot van de reeds verkregen traktementsverhoogingen (3).

Art. 9. Bij de berekening der dienstjaren voor de erlanging van traktements-verhoogingen gevorderd, komen niet in aanmerking: u. de tijd met verlof buiten Nederlandsch-Indië doorgebragt;

b. de tijd op wachtgeld, nonactiviteit of anderzins buiten betrekking doorgebragt;

c. de tijd, uithoofde van berispelijk gedrag onder suspensie doorgebragt.

Art. 10. De onderwijzers, die aan het hoofd van eene school staan, genieten een tiende aandeel in de geïnde schoolgelden (4). Art. 11. (5).

Overgangsbepaling.

Art. 12. (6).

(') Aldus luidt deze alinea, toegevoegd btf § I, sub b, van Gouv. besl. 29 December 1895 n°. 4 (Stbl. 1895 n°. 297J, ingevolge art. ], § I, sub c, van Gouv; besl. 17 December 1903 n°. 1 (Stbl. 1903 n°. 416).

(') Dit lid, toegevoegd bü § I, sub b, van Gouv. besl. 29 December 1895 n°. 4 (Stbl. 1895 n°. 297), is vervallen ingevolge art. 1, § I, sub d, van Gouv. besl. 17 December 1903 n°. 1 (Stbl. 1903 n°. 416).

(') Deze zin, gewijzigd by § I, sub c, van Gouv. besl. 29 December 1895 n°. 4 (Stbl. 1895 n°. 297), luidt aldus ingevolge art. 1, § I, sub e, van Gouv. besl. 17 December 1903 n°. 1 (Stbl. 1903 n°. 416'.

O Dit artikel vervalt voor de onderwijzers en onderwijzeressen, die op 17 December 1903 niet in vasten dienst van den Lande waren of die na dien datum opnieuw in 's Lands dienst zijn opgenomen, met uitzondering van de uit Nederland uitgezonden onderwijzers en onderwijzeressen, voor zoover hun bet genot van één tiende aandeel in de geïnde schoolgelden in uitzicht werd gesteld in de oproeping, tengevolge waarvan zij zich voor den Indischen dienst hebben aangemeld (art. 1, § I, sub f, van Gouv. besl. 17 December 1903 n°. 1 (Stbl. 1903 n\ 416), Gouv. besl. 3 Juni 1907 n°.33 <S t b 1. 1907 n°. 262) en Gouv. besl. 20 November 1907 n°. 18 (S t b 1. 1907 n°. 471).

(s) Dit artikel betreffende de toekenning van bezoldiging aan kweekelingen is ingetrokken by Gouv. besl. 10 September 1894 n°. 11 (Stbl. 1894 . n°. 195).

C) Dit artikel heeft alle actualiteit verloren.

Sluiten